Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

De poëzie van peuken op een bord
Van korsten brood, verschimmeld in een hoek
Van stapels oud papier, haast ingestort
Dat is wat ik in dit gedicht niet zoek

Het beeld van noodweer, kletterend maar kort
Van een nog uren klamme spijkerbroek
Van schoenen waar het nooit meer droog in wordt
Dat is wat ik niet schilder op mijn doek

Maar lammetjes, geboren in april
Een rode roos zojuist in volle bloei
De blauwe lucht, een spelend kind, een lied

Dat is toch ook weer de bedoeling niet
U ziet: ik raak behoorlijk in de knoei
Nu ik wel dicht, maar niet veel zeggen wil

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De laatste spreeuw



‘In Brabant is de laatste spreeuw gevlogen’
Zo sprak een buurvrouw in een jammerklacht
De winter klopt, en in haar monologen
Aanhoorde ik een zweem van mededogen

‘De laatste spreeuw. Hun trek is thans van kracht
Verdomd, ik zag ze met mijn eigen ogen
’t Is hard, soms denk je dat ze ons niet mogen
Gevlucht, als dieven in de najaarsnacht’

Het lieve mens dat mij dit ‘nieuwtje’ bracht
Had in de verste verte nooit verwacht
Dat haar geouwehoer weloverwogen
Door mij ooit in een versje werd herdacht

De laatste spreeuw kan zo op aanzien bogen
Maar wat te doen met buuf van nummer acht?


(Schaduwgedicht op 'In Lapland is de eerste sneeuw gevallen' van Drs. P)