Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Vrouwen vallen niet voor dichters
Want die zijn hen te verbaal
En die blijken vaak ontwrichters
Van de klare liefdestaal

Mannelijke dichters jokken
Met poëtisch gejongleer
Om de meiden te verlokken
Tot banaal geslachtsverkeer

Geef mij dan maar dichteressen
Want die zijn bijna sacraal
Zoals tempelpriesteressen
En misbruiken nooit de taal

Om hun driften te vermommen
Of hun geilheid kond te doen
Middels vals verheven trommen;
Neen, zij houden hun fatsoen

Zulke dichteressen min ik
Meer dan welke dichter ook –
Lezer,  stop nou dat gegrinnik,
Of ik raak nog van de kook! -

Jammer, maar met zulke liefde
Stond ik meermaals in de kou,
Wat mij uitermate griefde,
Maar ik ben dan ook een vrouw.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

We waren er bij

 

Het sneeuwde, er viel hagel, koude regen
En tussendoor scheen af en toe de zon
De weergod kende nauwelijks pardon
Voor renners fietsend over Waalse wegen

Ze klommen, daalden, hadden vaak wind tegen
Dus steeds vermoeider werd het peloton
Al koersend richting Luik, het eindstation
Waar 'onze' Woutje sprintte naar de zege

We stonden met een groep op de Redoute
En zagen in de hagel hem passeren
Hij reed alert, we zeiden: "Wout is goed"

Maar dat hij echt in Luik zou triomferen
Had niemand van ons negental vermoed
En bracht ons stuk voor stuk in hoger sferen

 

Koop koop koop