Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Ik was haar schat, zij was mijn bruid,
De toekomst zag er romig uit.
Maar toen ik voor het altaar stond
Was ik alleen: zij dween, zij zwond.

Eens vormden wij een trouw gespan,
Ik was haar vrouw en zij mijn man,
Maar niets is nog zoals voorheen
Want driewerf ach! Zij zwond, zij dween

Zij was mijn afgod, mijn idool
- Hoewel een ietsje te frivool -
Ik smacht naar haar zo menig stond,
Maar 't is voorbij: zij dween, zij zwond.

Hij wiens verloofde dwijnt of zwindt
Ofschoon hij haar verwoed bemint,
Kwijnt weg in troosteloos geween
En huilt gefnuikt: zij zwond, zij dween!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Vroeger

DICHTER
 
De laan waarin we woonden
had geen eind en geen begin,
en alles wat bestond lag daar
voor altijd tussenin.
 
We kenden elke tegel, alle bomen,
begroeven schatten in de grond.
In eenendertig stappen bij elkaar,
ons zakmes sloot een bloedverbond.
 
Kunnen we nog eens teruggaan,
al is het voor één dag?
Buiten spelen, of met de racebaan,
dat groot zijn eventjes vergeten.
 
En dan blijven voor het eten,
als het van je moeder mag.