Daan Zonderland’s Archibaldus van Oostzaan
Jaap van den Born
26 pagina's
Hommage in de geest van Daan Zonderland
E-book van Hetvrijevers.nl

Vandaag is de honderdste geboortedag van Daniel Gerhard van der Vat (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977), dichter, schrijver en journalist en beter bekend onder de namen Daan van der Vat en Daan Zonderland.


Van 1945 tot 1967 werkte hij als correspondent voor De Tijd in Londen en zijn reportages werden als prismapockets uitgebracht onder de titels Britten, beesten en buitenlanders, De Londense wandelaar, Mietje met de kalfsogen, Een bakermat in Babylon en Uit het vreemde Britse leven. In die boeken beschreef hij humoristisch, op onnavolgbare wijze en met de meest barokke volzinnen ooit in het Nederlands gebezigd, de excentrieke verschijnselen die hij waarnam.
Voor kinderen schreef hij onder de naam Daan Zonderland de dichtbundel De blikken fluit en een aantal kinderboeken over professor Zegellak en zijn vrouw Zieltje, over de jongen Jeroen en over de wees Judocus met zijn rijmende knikker, die bij de klassieken behoren, benevens een viertal bundels met nonsenspoëzie: Redeloze rijmen, De kok van Mariënbad, Liedjes voor Luigina en Weerbarstig alfabet. Wie kent deze regels niet:
 
Een oude man in Gaasterland
Die nam een bronzen vaas ter hand
En sloeg - niet zonder tegenzin -
Zijn goede vrouw de schedel in.

Toen men hem daarop arresteerde
En naar de reden informeerde,
Zei hij - zonder plichtplegingen -
‘Uit schoonheidsoverwegingen.’

Over de avonturen van graaf Archibaldus van Oostzaan en zijn gravin Johanna schreef hij een elftal gedichten:
 
Archibald was secretaris
Van de kaartclub Stella Maris.
Doch Johanna, zijn gravin.
Zag hiervan het nadeel in,
Omdat Archibald de Goede
Eveneens de kas behoedde.
Eens greep zij hem bij zijn das
En riep uit: ‘Waar is je kas?’
Archibald riep zeer verbaasd:
‘Hartebeest, waarom die haast?
Twijfel jij aan mijn solventie?
Denk eens aan de consequentie
Als voortaan hun eigen vrouwen
Niet meer in hun man vertrouwen?
Maar Johanna wou niet wijken
Zij zoú in de schatkist kijken.
En wat wilde het geval?
De gravin vond niemendal.
Ach, ik kan hier slechts vermelden
Dat de graaf het moest ontgelden,
Want Johanna’s fulminatie
Leent zich niet voor publicatie
(En de kaartclub Stella Maris
Kreeg een nieuwe secretaris).

Als hommage aan deze grote nonsenspoëet vandaag (alweer!) een gratis e-book met nóg 20 verhalen over de graaf en zijn gravin, in de geest van Daan Zonderland.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Christiaan Abbing tweede NK light verse

christiaanlijst
 
Christiaan Abbing uit Veenendaal is tweede geworden bij het Nederlands Kampioenschap Light Verse Dichten 2020. 
Een van zijn ingezonden gedichten. 
 
ODE AAN CANON IN D
 
Die canon hè, die blijft me fascineren
Al denk ik soms: nu weten we het wel
De melodielijn blijft maar repeteren
Het intrigeert vanaf de eerste tel
 
Al denk ik soms: nu weten we het wel
De melodielijn blijft maar repeteren
De componist weet met zijn notenspel
Je oor volledig te hypnotiseren
 
De melodielijn blijft maar repeteren
En zit je even niet zo lekker in je vel
Dan helpt de lome basklank je kalmeren
Je adem daalt, je hart gaat minder snel
 
Die lage bas, violen hoog en schel
Die langs de notenbalken voltigeren
Eerst kalm, maar gaandeweg ook scherp en fel 
Die canon hè, die blijft me fascineren
 
Een fijne achtergrond bij het studeren
Ook onderweg een prima reisgezel
Die canon hè, die blijft me fascineren
Al denk je soms: nu weten we het wel
 
Al is er veel meer werk van Pachelbel 
Die canon hè, die blijft me fascineren
Nu denk je vast: dát weten we nu wel
Je plaat zit vast, je blijft maar repeteren
 
https://christiaanabbing.wordpress.com
 
 
Jurylid Nicolette Leenstra over Christiaan Abbing 
'Die Canon hè, die blijft me fascineren'
 
Christiaan Abbing , de winnaar van 2019, is een echte Plezierdichter. Hij geniet van constructies met de beperking van rijmklanken. Hierbij behoudt hij een natuurlijke flow. In zijn lichte verzen komen actualiteit én cultuur aan bod. 
Hij heeft mij /de jury vermaakt met zijn gelaagde sonnet over de advocatuur, waarbij hij meesterlijk speelt met  enjambement en ambiguïteit. Ook zijn sonnet  #blijfthuis over hardlopen tijdens corona getuigt van inventiviteit. Hij was een echte kilometervreter. Via drie rijmklanken bewegen wij mee naar de tragische afloop.
Even geslaagd is de parlando klinkende beschouwing over Pachelbels Canon in D. Die Canon hè, die blijft me fascineren. Vergis u niet! Virtuoos gebouwd op twee rijmklanken schreef Christiaan  een pantoumvariant van 6 strofen.  Een goedgekozen vorm:  de regelherhaling illustreert de basso ostinato van de Canon. Muzikaal, geestig, een ironisch slot. Nog een paar kleine onvolkomenheden bijschaven, dan is dit subliem vakwerk.