Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Stupide voorjaar, koleriek geluid!
Het onkruid schiet gemeen de aarde uit,
mijn grote rozenbed schreeuwt om zijn snoei
en overal drenst speenkruid, schel in bloei.

Het hoge grasveld kijkt mij tergend aan.
Een mol is sarrend door het perk gegaan,
terrassen zitten onder kwelziek mos
en vogels krijsen al mijn weerzin los,

dus van mijn huis met tuin heb ik veel spijt.
In maart reeds baal ik van de wrange plicht
de klussen weer alleen te moeten klaren

en sinds het tieren van de grijze haren
heb ik rond half april steeds spit, wellicht
vandaar dat men ook spreekt van passietijd.



Uit: "De Tweede Ronde", herfst 2004

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Aporie

De poëzie van peuken op een bord
Van korsten brood, verschimmeld in een hoek
Van stapels oud papier, haast ingestort
Dat is wat ik in dit gedicht niet zoek

Het beeld van noodweer, kletterend maar kort
Van een nog uren klamme spijkerbroek
Van schoenen waar het nooit meer droog in wordt
Dat is wat ik niet schilder op mijn doek

Maar lammetjes, geboren in april
Een rode roos zojuist in volle bloei
De blauwe lucht, een spelend kind, een lied

Dat is toch ook weer de bedoeling niet
U ziet: ik raak behoorlijk in de knoei
Nu ik wel dicht, maar niet veel zeggen wil

Bundels