Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 

Je ziet ze elke dag wel ergens struinen,
de korthaar, cyperse of Blauwe Rus.
Ze zoeken goudvis, veldmuis, heggemus
in vijvers, duinen, parken, weiden, tuinen.

Men noemt ze echt niet zomaar kattekoppen.
Op schoot doen ze zich voor als snoezelbol,
hard spinnend. Kroelend blijkt de maat plots vol
en komen nagelpriemen op de proppen.

De hele clan is happig op de nacht.
Hun troostvacht fris gelikt van staart tot klauw
gaan ze op jacht voor eigen nageslacht.
Slechts geur telt: alle katjes zijn ’s nachts grauw.

De dag erna zie je ze telkens gapen.
Doen ze dat niet, dan hebben ze geslapen –

 

 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De tocht

Elfstedentocht2
Wikimedia Commons
 
Des winters werd het water weleens hard
Dan riepen ze van Dokkum tot Stavoren:
‘Mirakels, kiek eens oan it het gevroren’
En gingen op hun doorlopers van start
 
Omdat de tocht der tochten zou verjaren
Zaten 4 krasse knarren bij Matthijs
Nostalgisch te oreren over ijs
Hoe handig ze met transplantaties waren
 
En over kluuntapijten in een loods
En dat het dikwijls maar één dooidag scheelde
Zo sfeervol begeleid door oude beelden
Van helletochten door het land des doods
 
De grijze kop gerimpeld en gelooid
Een zachte gloed van heimwee en verlangen
Ze weigerden dat hoofd te laten hangen
Maar Driek had al voorspeld: ‘Die tocht komt nooit.’