Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft





Ik ben godin in ’t diepst van mijn gedachten
en net als Brahman zit ik zonder meid.
Truus schittert heel vaak door afwezigheid,
toch blijf ik hier in kalme glorie wachten.

Zelf kuis ik nooit. Mijn huis is dus niet schoon.
Een ander zal dat na één blik beamen:
je ziet er stof en plakvingers op ramen
en deuren. Tsja, maar ik zit steeds ten troon.

Nee, schoonmaak is geen werk voor een godin.
Het soppen maakt die hoge staat te schande.
Godinnen hebben nooit vereelte handen.
Ik ga me niet verlagen tot slavin.

Ik heet Marie-Louise, echt geen Truus,
mijn hoge staat vormt reden, geen excuus –

(Met dank aan Kloos & Dèr Mouw)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De poeët

Schept uit een wolk een sok
van God. Hij ziet de zon
als grote ploert, de maan als stuk
meloen en tijd als zee van zand
waarin hij zelf ontregeld strandt.

De dichter is ook wel een koe
loeiend van gezwollen vragen,
grazend in gevoelig gras
maar in zijn hart wou hij nog steeds
dat hij twee hondjes was.

Talend naar clichés in spe
speelt hij zoetjes in zijn eigen
hutje of hermetische paleis.
Zijn rede geeft de zekerheid
te schrijven voor de eeuwigheid.

In die staat van veel genade
legt hij daags een inktvers vers,
soms ongerijmd, soms rijm erin.
En zo vermaakt hij zich en ons
en spelt gewoon zijn eigen zin –

Koop koop koop