Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Als alle mensen eensklaps bloemen waren
Dan vormden wij een grandioos boeket
En hoefden niet van alles te vergaren
We toonden samen slechts een rijk palet

En hoefden niet van alles te vergaren
De reuzenbos gaf elke bloem cachet
Dus vlogen wij elkaar niet in de haren
We stonden als gelijken ingebed

Dus vlogen wij elkaar niet in de haren
We waren hier toevallig neergezet
En hoefden niet van alles te vergaren
We toonden samen slechts een rijk palet

Maar bloemen, nee dat zo kun je ons niet noemen
Tenzij we dat uit alle macht verbloemen


Eerste regel van Leo Vroman

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Knoertendoder



De Knoertendoder schaamt zich dood.
Zijn konen kleuren purperrood
want hij heeft heel wat uit te leggen.
Hij durft het bijna niet te zeggen:
zijn levenswerk bleef onvolvoerd,
nog nimmer doodde hij een Knoert.

Zijn opa heeft hem indertijd
niet onsuccesvol opgeleid
met knots en slinger, bijl en blijde.
Helaas was bij diens overlijden
één kwestie nog onaangeroerd:
waaraan herkennen wij een Knoert?

Hij heeft een Gippel gif gevoerd,
een Polk geplet, een Murk gemoerd;
zelfs kraakte hij diverse Krangen –
het werd met hoongelach ontvangen.
Zo heeft hij jaren aangeklooid
en Knoerten doden deed hij nooit.

Net toen hij dacht: ’t zit me tot hier!
ontmoette hij een wijfjesdier
wier zoete zang hem zo ontroerde
dat hij haar vloerde en ontvoerde.
De bruid bleek Stoere Doerian,
de laatste Knoert van Knoertistan.

Nu strijdt zijn liefde met zijn trots:
nog steeds ligt onder ’t bed die knots…
In weerzinwekkend woeste dromen
weet hij zich soms niet in te tomen
en kleuren lakens purperrood.
‘De schat!’ zingt zij. ‘Hij schaamt zich dood.’

 
 

Koop koop koop