Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Passanten staar ik aan met matte blik
Al loop ik door dit grazig groene landschap
En voel ik met de Brabanders verwantschap
Toch tob ik vaak: waar bleef mijn ware ik

Ik sta hier lang te kauwen en herkauwen
En weet best dat ik nuttig ben als vee
(‘k Geef melk voor de consumptiemaatschappij)

Maar in mijn ziel voel ik geen pais en vree
Dit eng bestaan gaat me al meer benauwen
Het gras, het hek, de boer vaak onbehouwen

Ik leef toch niet alleen voor melkerij
Wat ik in wezen ben, telt hier niet mee
Als koe word ik geleefd, ik ben niet vrij

Ik ben niet vrij, passanten staar ik aan

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Weense ballade

 

Die vent is vast en zeker zwaar beschonken
Daar gaat ie weer
Hij is al voor de tiende keer gezonken
Daar gaat ie weer
Al dat gespat helpt echt geen zier
Hij ligt daar nu al drie kwartier
Dat hij nog steeds niet is verdronken!
Daar gaat ie weer

Toch is het mooi bij de rivier
Daar gaat ie weer

Bundels