Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Passanten staar ik aan met matte blik
Al loop ik door dit grazig groene landschap
En voel ik met de Brabanders verwantschap
Toch tob ik vaak: waar bleef mijn ware ik

Ik sta hier lang te kauwen en herkauwen
En weet best dat ik nuttig ben als vee
(‘k Geef melk voor de consumptiemaatschappij)

Maar in mijn ziel voel ik geen pais en vree
Dit eng bestaan gaat me al meer benauwen
Het gras, het hek, de boer vaak onbehouwen

Ik leef toch niet alleen voor melkerij
Wat ik in wezen ben, telt hier niet mee
Als koe word ik geleefd, ik ben niet vrij

Ik ben niet vrij, passanten staar ik aan

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Album van de Indische poëzie 5


Kampong Mahu, Saparua 1987



In 1987 maakte ik een reis naar de Molukken en schreef naar aanleiding daarvan een aantal gedichten. Zo’n tien jaar geleden ontmoette ik Patty Scholten voor het eerst in Amsterdam en tot onze verrassing bleken we niet alleen dezelfde kampong op het eiland Saparua te hebben bezocht, maar over dezelfde vissers, zonsondergang en matjes met drogende kruidnagels te hebben geschreven, met ongeveer dezelfde strekking. Het octaaf van haar sonnet vond ik terug in mijn gedicht Molukken 1987 en het sestet in mijn sonnet Tjenkeh. Aardig voor de lezer om dat hier eens te vergelijken.

(Dit gedicht verscheen in de bloemlezing Wonder en geweld, samenstelling Hans Straver, Utrecht 2007)

Koop koop koop