Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




Hoe fliederefladdert
     op zoek naar zichzelve
het eenzame zielke
     door 's Heemels gewelve.

Wat fladdert ge zielke,
     met vlijtige vlerk
en spiedt ge rondomme
     in het zalige Zwerk?

"Ik zoek", sprak het zielke,
     "in licht en in schaûw
Blavatsky en Krishna
     alnevens god Lou.

'k En zocht in mijn leven
     den heiligen graal
doch vind het Hiernamaals
     maar eendlijk en kaal.

'k En zie hier geen Cayce,
     geene elementalen;
laat staan megalitische
     Kelt'se spiralen.

'k En was van heer Gurdjieff
     en Hahnemann vol,
van Tikulti-Ninurti
     en de Bardo Thodol.

'k En dweepte met Rhâdârâm
     Sita Lakhsmi,
de Maitreya, Sai Baba
     en de theosofie.

'k En deed aan I Tjing
     de Tarot, las de Veda.
Als sjamaan smookte ik gers;
     ja, ik wérd Castaneda!

'k En las geeren Sheldrake
     en was fier epigoon
van Hubbard, Adamski;
     ja, zelfs van Piet Vroon.

Maar nu? Zelfs geen Helle
     geen Eeuwige Brand.
'k En heb hier geene moer
     aan Emile Ratelband.

Geen chakra's, geen Alfa
     geen Zen en geen prana:
't En lijkt hier verdomme
     wel net het Nirwana!" "

"Ach zielke", zoo sprak ik
     vol deernisse, "och arme
ge kunt u nochtans toch
     aan ééne troost warmen.

Het maakt alles niet uit,
     dus wat kan het u deeren:
ge zult immers varings
     weêr reïncarneren?"

eendlijk= saai
gers= gras
varings= spoedig

Het is de maand van de spiritualiteit en gisteren was de sterfdag van Guido Gezelle, dus we slaan maar eens twee vliegen in één klap.





Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een onbekende vertaling van The Raven 3

[youtube]rckTOjag83w[/youtube]

 

Maar nu die onbekende vertaling. Van wie is die en waarom is hij nu pas ontdekt ( herontdekt natuurlijk, want het was geen geheim in 1897 en ook niet clandestien uitgegeven)?  Wel, de reden dat deze versie ontsnapte aan de aandacht van latere bloemlezers ligt waarschijnlijk aan de titel van de bundel, waarin het gepubliceerd werd in oktober 1897: Een Reiziger in Vroolijkheid, Nieuwe Voordrachten van Willem van Zuijlen, uitgegeven bij Van Holkema & Warendorf, Amsterdam.  Een bundel met boert en luim voor bruiloften en partijen is niet bepaald de plaats waar je dit  gedicht verwacht en ik zou de gezichten van de olijke bruiloftsgasten wel eens willen zien als iemand ‘De Raaf’ bij die gelegenheid voluit en op gedragen toon declameerde.   Ik zou vooral benieuwd zijn hoever hij kwam, voor hem op waarschijnlijk boertige en luimige wijze de mond gesnoerd werd. 
Daar staat dus, te midden van olijke stukjes als ‘Een bespottelijk misverstand’, ‘De Sinter-klaas-Vrijer’, ‘Aannemen, meheer!’ en ‘De Gemarineerde Haring’, opeens op pagina 172:

Lees meer...