Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 

               Luceus Annaeus Seneca 65 v.Chr.- 4 na Chr.

‘Lotgenoten!

Leef toch eenvoudig en vol deugdzaamheid!
Want dat alleen rechtvaardigt uw bestaan
En meer moet u er ook niet van verwachten

U heeft een gids die wijst u waar te gaan
Er huist een god in ’t diepst van uw gedachten
Die zegt u ook een altruïst te zijn

Ga niet vergeefs verlangen, hopen, smachten
Aanvaard uw lot als echte stoïcijn
Dit alles wou ik even aan u kwijt

Ik word door nog meer zalvigheid bekropen
Maar ben helaas voortijdig leeggelopen’                                               

 

 

Had een praktische benadering in zijn prekerige filosofische werken die vol raadgevingen staan. Waar de Epicuristen een hedonistische levensstijl toejuichden, pleitten de stoïcijnen voor eenvoud en deugdzaamheid. Ieder heeft een god in zich die ons leidt over het pad dat het lot heeft voorbeschikt. Caligula wilde hem laten vermoorden, Claudius zond hem in ballingschap en Nero veroordeelde hem tot zelfdoding, waarop hij de aderen in armen benen doorsneed en rustig stierf na een toespraak tot zijn vrouw en het verzamelde publiek.

Uit:  Dat peinst en piekert maar, Rijmcanon van de westerse wijsbegeerte, te bestellen bij www.mijnbestseller.nl of in de erkende boekhandel.



 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Snotterwokkel


 
Wee de arme Snotterwokkel
die het niet gesnopen heeft.
(Hij kan het aan de Frokkel vragen
maar dat vindt hij onbeleefd.)
 
‘Waarom ben ik ooit geboren?
Wie verklutste toch mijn struif?
Waarom heb ik sprokkeloren
en een krakel in mijn kuif?
 
Waarom is er herfst, en haring?
Waarom lust ik geen hachee?
En waar vind ik een verklaring
voor het golven van de zee?
 
Waarom moet het altijd zachter,
waarom roept men dat ik stoor?
Waarom kom ik nergens achter?
Waarom kom ik nergens voor?
 
Waarom moet ik altijd huilen
als ik een komkommer zie?
Waarom kan ik nergens schuilen
voor het Grote Potverdrie?
 
Alles is zo ongewokkeld,
alles is zo ongewis
als je schoenen zijn versokkeld
en je vuist een vlakgom is.’
 
Ach, die arme Snotterwokkel.
Hij snuit zijn snufferd in zijn staart
en gumt zichzelf volledig van de kaart.
 
(Of dat nou echt nodig was?
Ik kan het aan de Frokkel vragen
maar dat lijkt me ongepast.)

(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012 )

Bundels