Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



 

Ik droomde onlangs dat ik wakker werd
Gelukkig, want het was een nare droom
Zodat ik blij was dat ik weer ontwaakte

Maar hé: ik was een oude appelboom
Wat helemaal niet naar voldoening smaakte
Mijn wortels waren dood, mijn kruin verdord

Waarna ik in een nieuwe toestand raakte
Doordat ik door mijn eega werd gepord
Ik was in één klap wakker en alert

Ik dacht nog aan het in mijn droom beleefde
Toen ik ontbeet en naar kantoor toe zweefde

 

Vasubandhu (4e of 5e eeuw)

Het Grote Voertuig kent twee hoofdtakken: ging Nāgārjuna uit van de leegte, Vaubandhu's doctrine is monisme ( de werkelijkheid is één) en idealisme (de geest is de ene werkelijkheid). Ik mag dan een boom waarnemen of me er een voorstelling van maken maar hij bestaat alleen in de geest. Als we ontwaken uit een droom weten we dat het een illusie was. Zo moet er een hoger bewustzijn bestaan dat deze wereld als onwaar ontmaskert: denk aan Plato's Ideeënwereld. Vasubandhu kent acht soorten van dit bewustzijn; de fundamenteelste is het 'grote magazijn van het bewustzijn' met trekjes van het collectieve onderbewuste van Jung en de 'vormvelden' van Sheldrake. 
Zo werkt karma: de gevolgen van mentale acties worden opgeslagen in het magazijn (de alya) en komen tezijnertijd weer tevoorschijn. De grondslag van de alya is de ware natuur, de ultieme werkelijkheid. De alya ontstaat doordat aan deze werkelijkheid onwetendheid wordt toegevoegd. Door yoga kan het bewustzijn uitstijgen boven zijn preoccupatie met het materiële en het gewone bewustzijn met zijn problemen en lijden. Het zaad van vroegere acties in het alya kan zijn rol dan uitspelen en niet vervangen worden door nieuw, zodat verlossing van wedergeboorte mogelijk is.
(uit: Jaap van den Born, Een hoop genavelstaar, rijmcanon van de Oosterse filosofie, www.mijnbestseller.nl)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Kloosterleven

In ’t klooster wordt er altijd hard gewerkt
De broeders wassen, drogen , boenen, soppen
Het werk dat moet gedaan is onbeperkt
Men denkt zelfs als het schemert niet aan stoppen

De broeders wassen, drogen , boenen, soppen
Dan is er ook het werk nog in het veld
Men denkt zelfs tijdens schemer niet aan stoppen
Zolang niet voor de metten is gebeld

Dan is er ook het werk nog in het veld
Ze moeten schoffelen en onkruid wieden
Zolang niet voor de metten is gebeld
Ja, monniken zijn ijverige lieden

Ze moeten schoffelen en onkruid wieden
Ze produceren als bekend abdijsiroop
Ja, monniken zijn ijverige lieden
En zetten de abdijsiroop te koop

Ze produceren als bekend abdijsiroop
Ze volgen heel zorgvuldig het brevier
En zetten de abdijsiroop te koop
En drinken van het zelfgebrouwen bier

Ze volgen heel zorgvuldig het brevier
Het werk dat moet gedaan is onbeperkt
En drinken van het zelfgebrouwen bier
In ’t klooster wordt er altijd hard gewerkt

Koop koop koop