Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



De daverende klap en de diverse nageluiden in mijn kamer werden veroorzaakt door een vallend fotoportret van mijzelf, in de val breekbare bibelots meesleurend, wat noopte tot (reeds lang noodzakelijke) opruimwerkzaamheden, waarbij mijn gevloek onderbroken werd doordat mijn oog viel op een hoekje vergeeld papier dat onder het bureau uitpiepte en dat ik voorzichtig en met enige moeite (waarbij toch enige scheuren ontstonden door de hardnekkige vasthoudendheid van het meubel, ooit aangeschaft voor een billijke prijs in een kringloopwinkel) er onder uit wist te trekken en dat tot mijn blijde verrassing een reeds jaren verloren gewaande pagina van de Volkskrant van zaterdag 29 december 2001 bleek te zijn, die de uitslag bevatte van de poëziewedstrijd, uitgeschreven naar aanleiding van het einde van de snip en de introductie van de euro en niet alleen dat: afgezien van het winnende gedicht van de winnares Ingrid Wolff werden op deze pagina achttien van de beste verzen gepubliceerd, waarbij twee namen opvielen omdat we ze kennen van Het vrije vers, te weten ikzelf en Frits Criens, dus die wil ik jullie niet onthouden en bij deze krijgen ze alsnog de landelijke bekendheid die ze toen al verdienden.
Dit was nou een volzin. 




Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een bijzondere dag

 

Mijn moeder bracht me net een kopje thee
Ze had er een biskwietje bijgedaan
Ik was verrast

Op zondag in de chambre séparée
Jawel; maar waarom werd ik nu spontaan
Hierop vergast?

De orde van de dingen was verstoord
Dat maakte mijn op rust gestelde brein
Wat van de wijs

Maar mijn protest werd in de kiem gesmoord:
‘Het is een feestdag en tractaties zijn
Hierbij een eis’

‘Wat is er feestelijk aan deze dag?’
Vroeg ik na een langdurig diep gepeins
'O lieve moe?'

‘Hier is een hint’, zo riep ze met een lach
En kneep toen met een vreemde scheve grijns
Haar ogen toe

Met vlakke hand sloeg ik mij voor mijn kop
Want deze hint begreep ik zeer terstond
En zei: ‘Ach, ja’

Ik at dus mijn biskwie met graagte op
En sprak, al had ik wel een droge mond:
‘Hiep hiep hoera’