Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Ik staar verbijsterd naar mijn boekenkast
Verdomme Cees, dat was de afspraak niet
Ik zou als eerste gaan en jij zou erven

Geen rede aan mijn graf van jou, geen lied
En iemand anders zal de boel verwerven
Het was dus mooi voor niks, dat testament

Nu alles instort peins ik  bij je sterven:
‘Het gaat nooit om de vorm, maar om de vent’
Terwijl nóg een gedachte mij verrast:

Wel gek, je was geen vadertype Cees
Waarom voel ik mij toch opeens een wees?

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Sonnet 18



Moet ik u meten met een zomerdag?
Dan bent u milder, u houdt beter maat.
De meiwind brengt het tere groen van slag
en stralend zomerweer, het komt en gaat.

Soms brandt het hemels oog alsof het haat,
hoe vaak verduistert iets zijn gouden gloed!
En al wat groeit verschrompelt vroeg of laat,
nog ongesnoeid, alleen omdat het moet.

Uw eigen zomer blijft voor eeuwig mooi,
verliest geen bloei die aan uw wezen kleeft,
noch kan de Dood u claimen als zijn prooi,
omdat de tijd u tijd van leven geeft.

Zo lang er adem is of ogen zien,
zo lang leeft dit, en leeft u voort mitsdien.


Shall I compare thee to a summer's day?
Thou art more lovely and more temperate:
Rough winds do shake the darling buds of May,
And summer's lease hath all too short a date:

Sometime too hot the eye of heaven shines,
And often is his gold complexion dimm'd;
And every fair from fair sometime declines,
By chance, or nature's changing course, untrimm'd;

But thy eternal summer shall not fade
Nor lose possession of that fair thou ow'st;
Nor shall Death brag thou wander'st in his shade,
When in eternal lines to time thou grow'st;

So long as men can breathe or eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee

 

Koop koop koop