Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ging er een dichter heen?
Of slechts een sterveling
Die ons voorafging
Naar waar wij ooit gaan?

Zo hij iets was, dan een
Radiokootwijker
Ach, enkel steen
Krijgt een tweede bestaan



In een gesprek met Drs. P zei de laatste dat het ollekebolleke voor elke gelegenheid geschikt was, waarop Cees tegenwierp dat het hem voor uitvaarten toch niet de geeigende versvorm leek. Nu hij me toch niet meer tegenspreken kan: bij deze Cees.
En voor wie sputtert dat 'volgens de nieuwe spellingregels' het zeslgrwrd niet kan: het dak op met die nieuwe regel, ik hou me aan wat ik van juffrouw Banga geleerd heb op de School met de Bijbel.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Reactie uit het zuiden op de recensie van 'Eeuwig zingen de frieten'



Eindelijk heb ik een bewonderaarster!!!
Mien!
Is zij mooi? 
Niet te jeugdig nog? 
Dan wordt Mien de Mijne!
Want zo'n artikel doet plezier!
Temeer daar het een plezierdichter niet gauw te beurt valt. 
Bij ons, in de pretdichterijsector, vinden wij het al lang heel normaal dat er aan onze pennevruchten nul komma nul aandacht wordt besteed.
Hoewel Heinz Polzer ooit schreef, in zijn inleiding tot Letterkundig verskwartet: 'Het lijkt me ergerlijk om helemaal geen aandacht van de pers te krijgen'.
Maar dat is inmiddels dertig jaar geleden!
Sindsdien is het met de dichtkunst zeker niet bergop gegaan. Vroeger had De Standaard nog af en toe een bespreking van een dichtbundel, waarin dan altijd enkele verzen of versregels werden aangehaald waar ik geen bal van begreep. Maar dat is nu ook verleden tijd. Sinds onze grote parlandodichter Herman De Koninck de geest (groot woord) heeft gegeven is er in de media van dichtkunst geen sprake meer. Maar de poëzietijdschriften floreren nog, verpieterend, dat wel, maar er is toch nog altijd wat subsidie. 
Maar terzake.
Mien heeft het over asbest, ik over asbest. De eerste uitspraak is mij bekend, maar heb ik nog nooit gehoord. Lees meer...

Koop koop koop