Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Heinz Hermann Polzer was een buitengewoon scherpzinnig man die de mensheid observeerde met de blik van een insectoloog en wat hij zag stemde hem niet vrolijk.
Zijn grote belezenheid op vele terreinen, met name op het gebied van pseudo-wetenschappers, gekken in alle soorten en maten, geloof en bijgeloof (voor hem synoniemen) en zijn eigenzinnige geest maakten hem tot een buitenstaander, die vol afschuw het gehol achter Leiders, geestelijken en modeverschijnselen bezag en slechts zijn mateloze nieuwsgierigheid naar dat rare verschijnsel, de mens, dat hij bij zijn geboorte aantrof, en zijn spitse gevoel voor humor, behoedden  hem voor het zwartgallig cynisme waar dit toe had kunnen leiden.
Zijn passie voor sierlijk ambachtelijk vakmanschap, esthetische of oprecht oorspronkelijke kunst en oprechte kitsch ( en de spanning daartussen) spitste zich naast  het verzamelen van die kunstvoorwerpen en die kitsch vooral toe op het componeren van muziek en het hanteren van de Nederlandse taal en vond daar een unieke uitlaatklep die onze liederenschat en voorraad dichtvormen met talloze parels verrijkte.

Op eenzame hoogte stelde hij met wiskundige nauwkeurigheid zijn teksten samen.
Hoewel hij steeds zei dat het om de taal ging en het onderwerp niet van belang was, is er één thema dat steeds terugkeert in zijn werk: het menselijk onvermogen tot verstandig handelen, in alle geledingen van de maatschappij, vroeger en nu.
Heel zijn oeuvre is het bespotten van de hardnekkige  misvatting dat het  menselijk denken tot vooruitgang zal leiden.
Hij was wars van idealen omdat die in zijn optiek slechts in rampen uitmonden.
In de chaos die de wereld is, was voor hem de  manier om zich staande te houden en te voorkomen opgezogen te worden in de maalstroom van de hem omringende  menselijke domheid, decorum.
Decorum in de vorm van een beminnelijke en hoffelijke houding, ook tegenover de grootste gek (hoewel die gek daarbij scherp geobserveerd werd en opgenomen in zijn bestand), en decorum als vorm waarin gedachten gegoten kunnen worden, met name de versvorm.
Het ging daarbij om het esthetisch en cerebrale genot dat viel te beleven aan een geslaagd product.
Als Zwitser kon hij in Nederland buitenstaander blijven en eigenlijk bezat hij geen enkele nationaliteit, maar was hij wereldburger.
Zijn jaren in het buitenland en zijn uitmuntende beheersing van meerdere talen gaven hem een brede blik en hij las voornamelijk buitenlandse kranten, omdat de opwinding over binnenlands gekrakeel, waar de rest van de wereld waar het echte leven zich afspeelde, amper weet van had, zijn lachlust opwekte.


(Ingevuld door Heinz Polzer)

Kruiswoordraadsels en cryptogrammen vulde hij volledig in, maar uitsluitend in Engelstalige bladen, want de Nederlandstalige waren te simpel.
Dat hij geen kamergeleerde werd kwam ook door de taal en de liedjes en versvormen, waarmee hij naar buiten trad en contact met de buitenwereld onderhield, zij het op zijn voorwaarden. En waarmee hij tevens afstand bewaarde, want zo selecteerde hij ook gelijkgestemden die in zijn wereld werden toegelaten.
Liederen werden, ook als opdracht,  gecomponeerd en geschreven voor eigen genoegen, maar dienden ook als floret om in mensen te prikken en zo hun reactie te testen.
Wie niet over gevoel voor humor, relativeringsvermogen of een begenadigd vakmanschap op enigerlei terrein beschikte, werd genadeloos afgeschreven.
Tenzij hij of zij over excentrieke eigenschappen beschikte die zijn observatielust bevredigden.
Niet dat hij leefde in een ivoren toren en van daaruit de mensheid bekeek, zoals wel gezegd is: hij gruwde van persoonsverheerlijking, ook wat hemzelf betrof.
Als ik zeg dat hij de mensheid bekeek met de blik van een insectoloog, moet daaraan toegevoegd dat hij terdege besefte zelf ook zo’n insect te zijn.
Het gebrek aan dit besef bij anderen was juist de oorzaak van zijn spottende blik.


(Grafogram Heinz Polzer, 1984)

In een karakteranalyse, gemaakt in 1984 door een grafoloog, die niet wist wie hij analyseerde, merkte deze op: ‘Het lijkt wel of er elektriciteit op zijn hersens staat’, doelend op zijn extreem eigenzinnige en originele gedachten- en ideeënvorming.
Wie iets meer wil begrijpen van deze ongrijpbare figuur zal zich in zijn achtergrond moeten verdiepen.

(Wordt vervolgd)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een van ons kan het niet mis hebben



Ik stak een groene kaars aan
Zo werd jij, dacht ik, jaloers
Maar dat trok enkel tientallen muggen
Die zetten toen razendsnel koers
Toen nam ik het stof
van mijn slaaploze nacht
En verborg het in jouw kleine schoen
En ik martelde woest toen jouw doorkijkbloes
Die je droeg voor het volk met fatsoen

Ik toonde mijn hart aan de dokter
Die zei: ‘Stop daarmee of ga dood’
Toen schreef hij zichzelf een recept voor
Met jouw naam daarin, levensgroot
Toen vertrok hij lijkbleek naar de bibliotheek
Waar hij las over mij en mijn bruid
En de zuster die zegt: ‘Zijn praktijk gaat erg slecht
En hijzelf gaat ook snel achteruit’

Je werd door een guru aanbeden
Ik studeerde een nacht in zijn school
Hij leerde de plicht van de minnaar:
Gulden Regels zijn slechts een symbool
En na zeer korte duur wist ik, ‘Dit is pas puur’
Toen verzoop hij zichzelf in een plas
Zijn lichaam vergaan, zie ik hier op de laan
Zijn kwijlende geest en grimas

Een eskimo liet me een film zien
Die hij net nog van jou had gemaakt
De stakker stond hevig te rillen
Hij was blauw van de kou en spiernaakt
Hij bevroor want je kleed ging er plotsklaps vandoor
Door de wind en hij werd als een worm
Jij staat in je paleis, in je blizzard van ijs:
Laat me binnen, ik snak naar de storm

11 november 2016, 15.00 -15.45 uur


In de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw, en een gedeelte van deze eeuw,  fietste ik dagelijks dronken naar huis, 'One of us can not be wrong' zingend van Leonard Cohen Ik fiets dan langzaam en heb een weemoedige dronk (Als ik uit de stad kwam, werd dit nog gevolgd door 'Story of Isaäc'. Beide liederen waren dan net genoeg om bij het slot precies bij mijn voordeur te belanden).
Mijn eerste opweling na het horen van het overlijden van de oude charmeur was,  in dankbare herinnering aan hem en een lang drankzuchtig verleden, dit lied te vertalen.
Voor het origineel klik hier. 
Ik ben bang dat ik met het laatste gedeelte wel brave burgers uit hun slaap gewekt heb, maar die moesten tegen de tijd dat ik huiswaarts keerde tóch naar hun werk.