Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Hij bood me hoofs een fijn sigaartje aan
Verpakt in netjes glimmend cellofaan
Natuurlijk werd dat ding toen opgestoken

(Nadat het van het bandje was ontdaan)
Hij leek zacht smeulend amper te vergaan
Het leek of je voor eeuwig door kon roken

De zon bewoog niet, vaag scheen ook de maan
We zwegen om elkaar goed te verstaan
De tijd voor weer een trek was aangebroken

Ik tastte naar de asbak naast mijn glas
Maar alles wat er restte was slechts as

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Recensie 'Kantelend bekken' van Kaja Bruning

kantelend bekken

ongebreidelde pagadder
in moeras
van verbolgen makrelen?

kaasmijt
francofiel
in deze camembert!

knikker in putje:
‘pet op één oor’
(tien koekoeksklokken in de hand)

- o melaatse asceten -
glimt gij worm

Kaja is een rebelse tegendraadse dichteres,in die zin dat zij het officiële literaire circuit, en vooral het officiële literaire bedrijf, vaarwel heeft gezegd, de rug heeft toegekeerd. Zij doet het allemaal zelf wel. Tegen de stroom in, als een zalm in het voorjaar om kuit te schieten.
Kaja  toont zich in Kantelend bekken  een begenadigd dichteres. Moeiteloos bespeelt zij een veelheid aan registers – zoals Abe de Vries al aangaf in zijn uitstekende bespreking 'Meer registers dan een gemiddeld Brabants kerkorgel', onlangs geplaatst op De Contrabas, in zijn vaste rubriek 'Studio Oudebildtzijl'.

Voortdurend lijkt de satiricus in Kaja met de lyricus om voorrang te strijden. De twee leven op gespannen voet met elkaar, en juist dát maakt deze poëzie zo intrigerend. En dan noem ik alleen de twee hoofdtendenties die Kaja in zich verenigt. (Ik vermoed overigens dat Kaja, in essentie, een humanist is – al zal zij dit zelf, ongetwijfeld, ten stelligste ontkennen. Een humanist met een dik nietzscheaans pantser – of pose –, weliswaar.)

Lees meer...

Koop koop koop