Tekening Jaap van den Born


Ballade d´un seigneur du temps jadis

Al wat bestaat vergaat een keer,
ach, eindig is ons aardse leven.
Dat is niet nieuws en is al meer
en beter dan door mij beschreven:
door God, door Shakespeare, Gerard Reve.
Maar wat ik onverteerbaar vind
is, dat ook Bas, mijn hond moet sneven.
De Dood is, als de liefde, blind.

Een hond? o nee, een echte heer!
Wellevend kon hij pootjes geven:
hoe sierlijk kwam bij hondenweer
als ik hem uitliet in de dreven
de staart niet uit zijn achtersteven!
Nooit zag men zulk een hazewind
die bij het rennen leek te zweven…
De Dood is, als de liefde, blind.

Ik kreun, ik jank, jeremieer:
waar is hij nu, o, waar is hij gebleven?
Hij werd beaard, maar heeft de Heer
zijn ziel ten hemel opgeheven
waar hij, omringd door loopse teven
nog enige vertroosting vindt?
Dan had ik vree met het gegeven:
de Dood is, als de liefde, blind.

Envoi

Ik nam vergif in, Prins, zo-even
om mij te voegen bij mijn vrind.
Uit liefde, ook al staat geschreven:
de Dood is, als de liefde, blind.

Dit is het laatste gedicht dat Kees Jiskoot Het vrije vers gaf voor publicatie.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Met zwoele lach...



Met zwoele lach en dito blik
Komt zij het bierhuis binnentreden.
Ze gaat zo schaars gekleed, dat ik
Met één oog slechts haar uit kan kleden.

Parmantig hangt ze aan de toog
En, al begint haar haar te grijzen,
Nog trekt zij een wellustig oog;
Je ziet de heren naar haar wijzen.

Nee, aandacht komt zij nooit te kort;
De mannen hangen aan haar lippen.
Zij zouden graag het glaasje port
Zijn waar ze soms van staat te nippen.

Maar altijd, stipt om kwart voor een,
Als `t volk steeds zatter wordt en woester,
Zwaait zij gedag en vliedt zij heen
Als een gehaaste assepoester.

En thuisgekomen trekt zij dan
Haar jas uit en haar restje kleren
En kruipt het bed in naast de man
Die haar niet kan (of wil) begeren.