Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft




een berg en winter, kou en wind, verdwaald
de avond valt en nergens brandt een licht
geen huis, geen boerenstulp is binnen zicht
je moet toch wat, dus heb ik blad gehaald

van blad en tak heb ik een bed gespreid
een nacht zo koud, dat overleef ik niet
het zal een vos zijn die mijn lichaam ziet
maar niemand hoort mij zeggen dat ik lijd

hier stralen sterren groot als wagenwielen
die pracht maakt zelfs dit koude sterven goed
en straks begroet ik lang gemiste zielen

helaas, want sterven komt er nog niet van
ik moet weer door met nieuwe levensmoed
de zon komt op bij Puerto de Mogan
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Vleermuis

Een vleermuis op zichzelf vormt geen gevaar.
Nee sterker, hij grossiert in heldendaden:
hij arbeidt als insectstand-regelaar,
bestuift de bloemen en verspreidt de zaden.
En wat ze in die Dracula-balladen
beweren, dat is simpelweg niet waar
(hij bijt niet in je nek, dat is zo) – MAAR
ik weet sinds ik een dwergvleermuis zag loeren:
het liefste vliegt ie in je haar
en blijft ie daar.

Een vleermuis stelt niets voor: een ooievaar
richt schade aan, bijvoorbeeld aan je schoorsteen;
zit in je afzuigkap een adelaar
dan wordt tot last, wat eerst een groot comfort scheen.
Een vleermuis ritselt, maar vliegt het sonoorst heen –
een vleermuis in je dak is geen bezwaar.
Maar ik durf haast geen pink meer te verroeren
als ik ze zie in het pissoir
want echt, ze vliegen in je haar
en blijven daar
en dat is naar.

Je ziet ze zelden in het openbaar;
ze zullen nooit de zondagsrust verstoren –
ze hangen in een grot dicht bij elkaar
of in een schuur, of een verlaten toren.
Dus waarom loop ik met gespitste oren
als ik een vlekje in mijn zicht ontwaar?
(Ik kan hier uren over ouwehoeren)
Hij vliegt het liefste in je haar
zo’n fladderaar
dan zit ie daar.
(Bij tante Aaf uit Wassenaar
wel veertig jaar!)

Ga ’s avonds nooit naar buiten zonder schaar
en nooit en nooit blootshoofds een vleermuis voeren
want voor je ’t weet ben je als wandelaar
of brave burgerman over je toeren.
Bereid je voor op commentaar
want het is onverenigbaar
met goede smaak, dit accessoir.
(Ik hoor ze al bij Boulevard:
“Hij loopt voor gék met dat bête noire!”)
Ik zeg het nogmaals klip en klaar:
het is een duivelskunstenaar…
Maar wacht, o nee, wat voel ik daar?
WEL GODMILJAAR!

Koop koop koop