Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



in het café staat achterin
een knappe blonde vrouw
beproeft haar geluk
met gooien van munten in de kast
laat haar koffie staan

ze vloekt en roept
al tweehonderd in de min
maar ze is niet gek
nog één keer vijftig 
en ze stopt

eens moet hij toch vallen
dus nu alleen nog honderd
dan kan ze weg met winst
of speelt toch minstens kiet
op die kolerekast

zo verdwijnt in een halve ochtend
in de gleuf van Random Runner
wat ze die nacht met de hare
heeft verdiend

de baas is een toffe vent
scheldt haar de koffie kwijt
en leent vijf euro
voor de tram

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Luguber traliewerk



Oh, jee, procrustesbed, nu 'n nieuwe zak
de wasdom van de wijn dient te verbloemen
zie 'k hoe je wankel in de steigers staat
te pronken met je euvel etiket.

Wie komt er tot zo'n vondst—een maniak,
die, vol bravoure indachtig 't dichtersvak,
onsierlijk enjamberen op ziet doemen?

Wellicht is 't akelig zo in te zoomen
op wat men naar gebruik slechts dient te roemen,
maar ook je schema is niet adequaat.

Oh, veertienregelige acrobaat,
vier uitgangen en parkerpen paraat
herschrijf ik je: sonnet, als je het redt.

Als je het redt: oh jee, procrustesbed!

Koop koop koop