die vent daar met die baard, die ouwe dief
die ouwe schurk heeft kleine ventjes lief
en kleine meidjes hebben niets te vrezen
je hoeft voor hem heus niet benauwd te wezen

hij steelt wel als de raven van de armen
en geeft met gulle hand de rijke lui
bepist soms graag een dure winkelpui
en leegt in menig brievenbus zijn darmen

dat alles mag van mij een oude man
waarom ik kook is om een gore streek
het gaat hier niet om kleine Klaas of Jan

een trouwe knecht, zijn brave Zwarte Piet
die dreigt zomaar ontslag: termijn een week
een schande, hoop dat u het ook zo ziet

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Tilburgs sonnet .

 

Bewaar me voor de helderheid der dingen
Het schone hemd, de reidans en de zon
Twee regels waarmee Komrij ooit begon
Die zeker ook met Tilburg samenhingen

Want iemand met twee doodgewone kijkers
En met een alledaagse doorsnee neus
Herkent en ruikt van ver die kruikenzeikers

Maar om me aan een hekeldicht te wagen
Dat vind ik hier een te basale keus
En bovendien valt elders meer te klagen

De moeder aller steden in ’t onfrisse
De schuilplaats voor de allergrootste kneus
Heet zonder twijfel, slik, zucht: Spijkenisse

Zucht, Spijkenisse, bewaar me voor de hel!