Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



zoals een ieder weet, is Ali groot
ik doel op Ali van de hakkenbar
voor jou en mij gewoon een ouwe knar
maar zeg het niet, je ligt zo in de goot

zijn maten hebben nogal losse handen
een woord verkeerd, dan is het foute boel
die gasten slaan je zomaar voor je smoel
en menigeen verloor al meer dan tanden

ze lopen graag op straat en brullen dan
uit volle borst steeds Ali hakkenbar
je vraagt je af of het niet anders kan

maar zeker weten dat het tij straks keert
al zijn die lui gestoord en in de war
als Ali hem maar eenmaal is gepeerd

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Speciaal voor de Gedichtenweek



De Nimmermerel


Mistroostig valt de avond
en sip verschijnt de maan;
ze moet nog veertien nachten
maar vindt er niks meer aan.

Een ijverige dichter
doolt peinzend door het park.
Soms struikelt hij over een schaduw,
soms trapt hij in een hark.

Soms staat hij stil en luistert
en proeft de atmosfeer…
Dan klinkt in ’t schemerduister
een droef gekwinkeleer.

Wie zingt daar in die pijnboom,
onwerelds mooi en triest?
De dichter pakt zijn zakdoek,
hij hikt, hij snikt, hij niest.

Wat ruist daar langs de takken,
wat druipt er in zijn nek?
Bijziend kijkt hij naar boven,
ziet slechts een vage vlek.

‘O maan! Jij doet me denken
aan mijn vriendin Aleid:
dat grillige, dat fletse,
die ongenaakbaarheid.

Ik stuurde haar sonnetten,
zij reageerde stug.
Zal ooit haar hart ontdooien,
zie ik haar ooit terug?’

Iets dwarrelt naar beneden,
het is een zwarte veer.
Iets ritselt in de boomtop
en fluistert: ‘Nimmermeer.’

Koop koop koop