Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




Aanschouw de dichter in zijn klamme bed
hij tikt het metrum even voor zich uit
en dan ontsnapt hem weer een zacht gefluit
als alles samenvalt in een sonnet.

De meest verheven beelden heeft hij net
met verve en met diepgang, naar verluidt
met pit en met wat peper aangekruid
zorgvuldig en met zorg op rijm gezet.

Doch plots voelt hij de kou tot op zijn bot
dit gaat niet goed, straks ligt hij hier verstijfd
en is het met de dichtersgeest gedaan

En vol van spijt roept hij O, goeie God!
alweer geen Hoge Kunst die hier beklijft:
dan maakt hij met zijn werk de kachel aan.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Scheldpoëzie

I
Voor Roodkapje

Je moeder is een manke toverkol
Je vader een mismaakt kozakkenpaard
Je oma is ook niet echt fijnbesnaard
Dat beest waarmee je aanklooit is hondsdol

Je rode mantel schijnt ontzettend door
Je huppelt door de bossen als een snol
En in die lievemeisjesdubbelrol
Schenk jij je lijf aan elke carnivoor

Zo breng je heel het sprookjesbos op hol
En tussen alle ranzigheden door
Spendeer je je verdiensten bij de waard

O, werd jij toch maar spoedig doodverklaard
Dan kwam de boel hier eindelijk tot rust
En werd ik weer eens door een prins gekust

Sneeuwwitje

II
Voor Sneeuwwitje

Zeg luister trut, je ligt maar in je kist
Koud en passief: geen hond merkt het verschil
Het is niet gek dat je niet wordt gemist
Rigide doos, je weet niet wat je wil

De mannen hier willen een echte griet
Geen wijf dat mekkert over standsverschil
Ik zal je zeggen, schat (bezeer je niet):
Ook sprookjesprinsen moeten soms van bil

Met jou het bed in duiken is een straf
Daarom vluchtten die dwergen naar hun mijn
Ze werden blijkbaar liever zwart dan wit

O, Koninklijk blok ijs, ik zeg je dit:
Je mag dan wel de allerschoonste zijn
Ik schop mijn boze wolf er nog van af


 

Bundels