Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

EN? vroeg het schaap Veronica. Hoe vond u de ruïne?
Hoe of de reünie was? antwoordden de dames Groen.
Apart! We stapten als het ware in een tijdmachine
en hupsakee, we waren weer de meisjes Groen van toen.

We hebben heerlijk bijgekletst met al onze vriendinnen
en onze oude handwerkjuf, Sybilla van der Zwam –
maar tegen middernacht kwam er een rare snuiter binnen,
die zei dat hij Henk Suikerbuik was, onze oude vlam!
 
Het was een morsig manspersoon met ongepoetste schoenen;
hij leek geen spat, geen sikkepit op onze knappe Henk.
Dag schatjes! riep hij. Jullie heb ik ooit nog leren zoenen!
En kijk, mijn trui bewijst dat ik nog steeds aan jullie denk.
 
Nou hébben we destijds voor Henk een Noorse trui gebrejen…
We keken nog eens goed en toen herkenden we de wol.
Dus inderdaad, we hebben met die griezel ooit gevrejen!
De prins van onze dromen bleek veranderd in een trol.
 
We zeiden goeienavond en we pakten onze jassen.
Maar Henk, helaas, die moest en zou met ons mee naar de trem.
En laat ie nou in ’t park tegen een conifeer gaan plassen!
We gingen ervandoor, we hadden schoon genoeg van hem.
 
Ze zwegen, want de dominee verscheen met rode rozen,
een knoert van een boeket, zojuist bezorgd door de bloemist.
Verbaasd las hij het kaartje voor (en moest wel even blozen):
Veel liefs van Henk. En sorry dat ik daarzo heb gepist.
 
Dat was dan de ruïne, zei het schaap Veronica.
Toen at ze alle rozen op, met chocoladevla. 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Cursus Japanse filosofie. Les 3

 

Dōgen (1200-1253)

 

 

Koan

 

'Een spiegel spiegelt alles wat hij ziet

Je raadt al waar de koan over gaat:

Een spiegel, spiegelt die zich in een spiegel?'

 

Kom op; je zoekt toch de verlichte staat?

Een antwoord graag; hou op met dat gepriegel

Dit is zazen, dus zit eens netjes stil

 

Het duurt wel lang - ik word een beetje kriegel

'Misschien?' Dat is niet wat ik horen wil

Ik merk het al, je weet het antwoord niet

 

Reik mij mijn stok, dan krijg je je pak slaag

Dan is het wel weer welletjes vandaag'

 

 

Dögen was de stichter van de Soto-zen, die geen plotselinge verlichting zocht, maar het geleidelijke pad via zazen (meditatieve zithoudingen) en koans (onoplosbare vragen om te leren dieper inzicht te krijgen: soms krijgt de leerling bij elk antwoord een afranseling, zelfs met stokken.

Beroemd is de koan 'Wat is het geluid van één klappende hand?

Een monnik vroeg aan Tung-Shan: 'Wat is de Boeddha?' waarop die antwoordde: 'Drie pond hennep.' Kijk; die jongen begreep het).

De koan ondergraaft de gewone manier van kijken en maakt zo de weg vrij voor het werkelijke bewustzijn volgens Rinzai-zen; maar volgens Dōgen wordt de werkelijkheid van wat dan ook bevestigd noch ontkend: het boeddhabewustzijn is niet het echte dat een andere als vals ontmaskert, maar het besef dat beide voorbijgaand zijn.

Dōgen combineerde innerlijke waakzaamheid met een constante aandacht voor wereldse zaken: hij verkondigde niet de leegte, maar de volheid.

Een leek kan de noodzaak van de meditatie niet ontkennen, een monnik kan de wereld niet ontkennen.


Koop koop koop