Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Berend Botje zou uit rijden
Snoeihard langs elf steden glijden
Het ijs leek sterk, het ijs bleek zwak
Mooie droom, toen schrok hij wak

Laat het ijs nu maar verspochten
Want er komt geen Tocht der tochten
De koek is op, het zopie laf
Berend, zet je ijsmuts af

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Alle heisa overgedreven
De snert verzuurd, de rookworst koud
Berend die een bootje bouwt

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Held in het prikkeldraad 3

Persoonlijk vind ik helden wat vermoeiend.
Een John die ook eens mort, of kreunt of zucht
Of GVD zijn hart eens lekker lucht:
Geen jongen van De Witt, maar wel zo boeiend.

Die heldenzangen worden snel wat loeiend.
Zo’n jongen toch uit zo’n klein Zeeuws gehucht.
Spartaanse opvoeding draagt rijke vrucht.
Welk rijmwoord nou weer, denk ik, het sonnet verfoeiend.

Kijk, die chauffeur, dat was vanzelf geen held.
Hoewel hij Johnny vakbekwaam lanceerde
Wordt zijn prestatie nauwelijks geteld.

Wellicht dat hij geen eerbetoon begeerde
En geenszins door ambitie werd gekweld:
Toch jammer dat geen krant hem hiervoor eerde.

Koop koop koop