Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Kijk, daar komt de Schrikkelspork.
(Achterneefje van de Uffel,
weggemoffeld bastaardbroertje
van de welbekende Knork.)
 
Veertienhonderdzestig dagen
hoefde je hem niks te vragen,
veertienhonderdzestig nachten
sliep hij diep, zonder gedachten.
 
Doch welingelichte kringen
melden dat de Haas gaat springen,
dus ontwaakt de Schrikkelspork
met een kriegelige snork.
 
(Liever was hij blijven knorren,
want hij sukkelt zo met jicht
en het jeukt weer schrikkelbarend
in zijn ene tijdsgewricht.)
 
Oei, hij hinkelt en hij hompelt
op zijn manke achterbeen;
kijk toch hoe hij aldoor struikelt
over zijn reserveteen...
 
Snapt hij wat er aan de hand is?
Is hij nog op tijd erbij?
Horen we de Haas al hijgen?
Strakke eindspurt – Ja! Buut vrij!
 
Joechei! jubelt de Uffel,
geëchood door de Knork.
Die hebben we weer binnen
door ónze Schrikkelspork!
 
Maar hijzelf duikt in zijn duffel,
toffelt zwijgend naar zijn hol.
Eer de Maartse Haas geland is
koffert hij zijn knikkebol.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

My funny Valentine





Mijn zoontje is verliefd, koopt chocolade
Voor haar van zeven huizen verderop
Hij schrijft een brief, tekent er hartjes op
... En nipt zacht blozend van zijn limonade

Hij is een Casanova in de dop
Al kan ik zijn gedachten moeilijk raden:
Hij speelt met Lego, leest in jongensbladen
En lijkt te jong voor kolder in zijn kop

Als hij vertrekt om haar de brief te geven
Dan slaat mij plots de doodsangst om het hart
Wat als zij géén verkering met hem wil?

Hoe troost ik straks een jongetje dat pril
Een meisjeslach met liefde heeft verward?
En wat leert dat een kind over het leven?

Koop koop koop