Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




De Woens zei: ‘Beste vrienden,
ik wil weer eens naar zee.
Wat varen en wat vissen…
Wie gaat er met me mee?’
 
‘Potdomme!' zei de Zater.
'Ik wilde dat ik kon
maar ik vertrek vandaag voor
een reisje naar de zon.’
 
De Dins zuchtte beteuterd:
‘Helaas, ik kan niet gaan.
Mijn hengel is sinds gister
volledig naar de maan.’
 
‘Naar zee toe?' zei de Donder.
'Dat is echt iets voor mij.
Het komt goed uit, want morgen
heb ik toevallig vrij.’
 
De Woens pakte zijn schepnet,
de Donder zijn harpoen;
ze regelden een bootje
en voeren uit. Maar toen –
 
Hap! zei het Vledeweekdier,
dat achterlijke beest.
Ze gingen kopje-onder
en waren er geweest.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Op hoop van zegen (Perzischkwatrijnkransje)



Door Godsgeloof en onderdanigheid
Was Kniertje tot het allerergst bereid
Wie geeft haar laatste kind nou aan de zee
Zelf had ze geen benul van klassenstrijd

Ze douwde hem nog zilver in z’n oren
Maar Barend wilde van geen zeereis horen
Hij wou niet met de Hoop van Zegen mee
De bangerd had zijn leven al verloren

De storm sloeg half de haven naar de donder
Het dorp bad stil en hoopte op een wonder
Een lijk spoelt aan: de vis wordt duur betaald
De Hoop van Zegen werd tot wrakke vlonder

De reder die zijn centen zat te tellen
Werd mens door met de waterschout te bellen
De vissersvloot ging naar de ratsmodee
Daar had het dorp nog heel wat mee te stellen

Wie geeft haar laatste kind nou aan de zee
Hij wou niet met de Hoop van Zegen mee
Een lijk spoelt aan: de vis wordt duur betaald
De vissersvloot ging naar de ratsmodee

Bundels