Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft




De Woens zei: ‘Beste vrienden,
ik wil weer eens naar zee.
Wat varen en wat vissen…
Wie gaat er met me mee?’
 
‘Potdomme!' zei de Zater.
'Ik wilde dat ik kon
maar ik vertrek vandaag voor
een reisje naar de zon.’
 
De Dins zuchtte beteuterd:
‘Helaas, ik kan niet gaan.
Mijn hengel is sinds gister
volledig naar de maan.’
 
‘Naar zee toe?' zei de Donder.
'Dat is echt iets voor mij.
Het komt goed uit, want morgen
heb ik toevallig vrij.’
 
De Woens pakte zijn schepnet,
de Donder zijn harpoen;
ze regelden een bootje
en voeren uit. Maar toen –
 
Hap! zei het Vledeweekdier,
dat achterlijke beest.
Ze gingen kopje-onder
en waren er geweest.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

a propos III

Ik liep op het Sint-Pietersplein in Rome
Je weet wel; met die paus op het balkon
Die net zijn vrome paastoespraak begon
Toen mocht een kindje bij hem boven komen
Hij streelde het verbaasde knaapje teer...

Maar goed, waar was ik ook al weer

------------------------------------------

Ik kwam eens in een schamel onderkomen
Niet voor het eerst, want ik vang daar de huur
'Mag het ook zo?' zei een matrone zuur
En zij begon voortvarend op te stomen
Ik voelde achter mij reliëfbehang

Maar dat is nu niet van belang

------------------------------------------

Ik liep eens langs een waslijn met veel slippen
Daar zat een dame, wijdbeens op een stoel
Het weer wás al zo buitensporig zwoel
Ze spreidde met een brede lach haar lippen
Er werd mij zo een diepe blik vergund...

Maar dat is hier nu niet het punt

Koop koop koop