Wee de arme Snotterwokkel
die het niet gesnopen heeft.
(Hij kan het aan de Frokkel vragen
maar dat vindt hij onbeleefd.)
 
‘Waarom ben ik ooit geboren?
Wie verklutste toch mijn struif?
Waarom heb ik sprokkeloren
en een krakel in mijn kuif?
 
Waarom is er herfst, en haring?
Waarom lust ik geen hachee?
En waar vind ik een verklaring
voor het golven van de zee?
 
Waarom moet het altijd zachter,
waarom roept men dat ik stoor?
Waarom kom ik nergens achter?
Waarom kom ik nergens voor?
 
Waarom moet ik altijd huilen
als ik een komkommer zie?
Waarom kan ik nergens schuilen
voor het Grote Potverdrie?
 
Alles is zo ongewokkeld,
alles is zo ongewis
als je schoenen zijn versokkeld
en je vuist een vlakgom is.’
 
Ach, die arme Snotterwokkel.
Hij snuit zijn snufferd in zijn staart
en gumt zichzelf volledig van de kaart.
 
(Of dat nou echt nodig was?
Ik kan het aan de Frokkel vragen
maar dat lijkt me ongepast.)

(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012 )

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zo tolerant

ivooliviermiddendorp
Foto © Olivier Middendorp
 
Ik mag – dat is misschien bekend
Graag vreemde mensen observeren
Wij hebben in de straat een vent
Die zich vertoont in dameskleren
Ik wil die man zijn pumps en hoed
En roze tas niet graag misgunnen
Ik vind het best, ik vind het goed
Ik ben enorm van: dat moet kunnen
Ik neem die dingen niet zo nauw:
“Goedemorgen, dag mevrouw!”
 
Want ik ben zo tolerant, zo tolerant
De tolerantste van het land
De tolerantste man op aarde
Ik laat de mensen in hun waarde
Ik reik ze stuk voor stuk de hand
Zo tolerant
 
Wat heeft de zomer lang geduurd
En ik ben niet zo’n  binnenblijver
Dus ben ik met de halve buurt
Gaan pootjebaden bij de vijver
Hij dan wel zij, om kort te gaan
Hij/zij zat op een keukenkrukje
Een geel bikinibroekje aan
Met inhoud, maar geen bovenstukje
Niet zeuren Ivo, niet zo flauw!
“Goedemiddag, dag mevrouw!”
 
Want ik ben zo tolerant, zo tolerant
De tolerantste van het land
Ik wil het allemaal aanvaarden
Ik laat de mensen in hun waarde
Ik voel onmiddellijk een band
Zo tolerant
 
Hij/zij heeft kralen om de nek
En grote bellen aan de oren
Nee, echt, beslist, het is niet gek
Zo’n man of vrouw met toebehoren
Maar laatst keek ik m’n ogen uit
Ik wil me d’r niet mee bemoeien
Maar toch: hij/zij nam het besluit
Opeens een baard te laten groeien
Afijn, toen had ik het niet meer
“Goeienavond, dag mevreer!”
 
Oh, wat ben ik tolerant, zo tolerant
De tolerantste van het land
Ik laat de mensen in hun waarde
Maar het houdt op bij stoppelbaarden
Ik doe mijn best van vroeg tot laat tot vroeg
Nog steeds niet tolerant genoeg
 
 
Speciaal voor Het vrije vers stuurde Ivo de Wijs een aantal nieuwe verzen op!
In de komende weken zullen die hier op de voorpagina verschijnen...