Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft


 
Op een woensdag in de winter
zei de Schreupel tot de Friep:
‘Lieve help, er zit een splinter
in het knargje van mijn kniep!’
 
Fluitend greep de Friep een leupel
(want hij was een handig tiep)
maar de Schreupel kon geen bloed zien
dus die deed alsof hij sliep.
 
‘Zet je schrap! Nu even bukken...
Eén twee drie!’ – en met een zwiep
vloog de splinter uit het knargje,
in het neusgat van de Friep.
 
‘Au! Hatsjiep! Hatsjoep! Hatsjiep!’
En de Schreupel kreeg de leupel
in vijf stukken op zijn kniep
waardoor hij die hele winter kreupel liep.
 
 
(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012 - zojuist herdrukt)
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Graalroman III

Hij was, zo bleek hieruit, een Tempelier
Ze hebben hem flink in elkaar getrapt
Hij brulde na de diefstal nog:”Geef hier!

Ik stal dat van een Johannieterabt!
Die had hem weer verkregen door een roof
En ooit bij de Katharen weggegapt

Die beker was symbool van hun geloof!
Zij stalen hem van Ridders van het Kruis:
Die hielden zich voor jammerklachten doof

Toen zij hem roofden uit een oude kluis
Van ’t Franse Merovingisch koningshuis

 

 

Bundels