Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



De Relikwibus heeft een steen,
die ligt op zijn balkon.
Daar hinkelt hij driemaal omheen
bij ’t opgaan van de zon.
God weet wat hem te wachten staat
als hij dat een keer overslaat.
  
De Relikwibus eet beschuit
met muisjes als ontbijt.
Per kleur telt hij die muisjes uit
voor alle zekerheid.
Een uitgebalanceerd dieet
voorkomt onnoemelijk veel leed. 
 
De Relikwibus heeft een vis
die rondzwemt in een kom.
Zolang de toestand gunstig is
maakt die zijn bocht linksom.
Maar draait hij naar de andere kant,
dan is er vast iets aan de hand.
  
De Relikwibus draagt een pet
die ooit de Sint hem gaf.
Hij heeft hem destijds opgezet
en zet hem nooit meer af.
Waait hij ooit weg of raakt hij zoek,
dan komt dat in het Grote Boek.
 
De Relikwibus heeft een baard
(naar voorbeeld van zijn pa)
waarin hij spiekbriefjes bewaart
met Dag en O en Tja.
Die antwoorden zijn altijd goed
als hij op straat iemand ontmoet.
  
Eens moet de Relikwibus gaan,
dan hinkelt hij naar zee
en bij het schijnsel van de maan
breekt hij zijn steen in twee.
Hij eet nog eenmaal een beschuit
en wuift zijn vis het zeegat uit.
 
Zijn pet heeft hij voor ’t laatst bewaard.
Hij mikt, hij slikt en staart hem na.
Hij frummelt even aan zijn baard
en zegt dan: ‘Tja.’ 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Fladderak - Groninger streekproduct 7



Mooi! Riep het schaap Veronica, nu gaat het echt gebeuren.
Dit reisje stond al heel wat jaartjes op mijn emmerlijst:
een kombie-reis naar Groningen, mét proeven van likeuren.
Ze kocht vier kortingkaartjes, heel voordelig afgeprijsd.

Toen belde ze de dames Groen om hen te inviteren.
Die waren reuzeblij met dit uitnodigend gebaar.
De dominee werd enthousiast en kwam in hoger sferen:
Agricola, Praedinius, ik heb mijn preek al klaar.

De trein trok op. De dames Groen, in reistenue gestoken,
verzorgden reeds de koffie met wat lekkers uit de mand.
De dominee sprak: jammer toch dat men hier niet mag roken.
Ach gut, zeiden de dames Groen, neemt u de ochtendkrant.

Ze lunchten op de Grote Markt bij de Martinitoren,
de binnenstad was prachtig en de broodjes smaakten top.
Graag nog een puntje, liet het schaap Veronica zich horen.
De dominee sprak: matigheid, u hebt er negen op.

De middag bood een taxirit en aangenaam vertoeven:
een wurksjop in het fraaie Hooghoudt’s distilleerpaleis.
De ketels waren mooi gepoetst. Veronica mocht proeven:
eerst dacht zij aan citroenschil, dan kaneel en steranijs.

Ze nipte van de Fladderak en kreeg een flesje mee.
De reis terug was zweverig: de trein voer over zee.