Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Lang had de Snavelstaart gewacht
en stil had hij gezwegen;
aan sproeten had hij nooit gedacht,
toch heeft hij ze gekregen.
 
Wat is de Zin? zo peinsde hij.
Waarom kreeg ik geen voeten
of vleugels, maar voorzag men mij
van honderddertien sproeten?

Hij pakte puur op zijn gevoel
zijn staartpunt in zijn snavel
en trok zijn hele buitenboel
naar binnen door zijn navel –
 
En floep! hij was een Suizebol,
vanbuiten vol, vanbinnen dol,
die door de ruimte tolde
 
tot hij in ’t sterrenstelsel Froen
getroffen door een zwerkbalschoen
een muizenhol in rolde.
 
Een eeuwigheid of tig miljard
gebeurde in dat zwarte gat
geen sikkepit, geen snars, geen spat.
 
Er moet Iets zijn dat mij dit flikt,
dacht hij. Het is Al voorbeschikt.
Er moet Iets... 
(enz.) – totdat:

 
Zwoesj! Froen vloog in een sterrenstorm
een bocht uit van de tijd;
prompt sprong hij in zijn oude vorm
van voor de sproetigheid.

(Een achterlijf van enkel staart,
als voorlijf slechts een snavel
en met daartussen uiteraard
die peilloos diepe navel.)

De Snavelstaart is terug bij af:
hij weet van niks en zwijgt.
Vandaag of morgen staat hij paf,
als hij weer sproeten krijgt.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Dorpszomer (Kwadratensonnet)




De meeste onrust vind je in de stad
Ons dorp kent 's zomers enkel kalme dagen
Om maar te zwijgen van de stille nachten

Hier op het platteland heeft niemand klachten
Wij lossen ruzies op rondom een krat
Er vallen zelden onverdiende slagen

We hebben hier maar één politiewagen
De dorpsagent doet meestal niets dan wachten
Gebeurt er iets, dan zijn er helpers zat

Er danst een naakte dichter door de velden
De halmen buigen ruisend om zijn lijf

Hij wordt gevangen door een man of vijf
En moet zich bij de burgemeester melden

Zo'n onrust heeft ons dorp nog nooit gehad


Bout-rimé als hommage aan Niels' nieuwe vorm:

Koop koop koop