Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Als ik jouw stem maar hoor, val ik in slaap
Dan sta ik op en loop je achterna waar je maar gaat
tot aan dat hoge venster waar die ladder onder staat

        Ik zie je blanke boezem beschenen door de maan
        Zo heeft een oude meester je ook al eens zien staan
        Hij lijstte dat beeld voor me in

        Ook al zeg jij: dagdromerij
        Ik hoor bij jou en jij bij mij
        Mijn meisje, mijn vriendin

Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Ik klim die ladder op in diepe slaap
Jouw kamer is de enige waar licht schijnt in de nacht
Jouw zachte stem vertelt me dat je boven op me wacht

        Ik zie je tere hals in de zachte maneschijn
        Daar leun je naar me over vanuit het raamkozijn
        Een toonbeeld van liefde en trouw

        Ook al zeg jij: doordraverij
        Ik hoor bij jou en jij bij mij
        Mijn minnares, mijn vrouw

        [Geluid van brekend glas]

Dan schrik ik wakker, helemaal verdwaasd
Ik bungel aan je vensterbank en overal is glas
Beneden in de diepte ligt een ladder in het gras

        Ik zie mezelf gevangen in onderbuurmans raam
        Daar gaapt mijn eigen kop me verbaasd, verbijsterd aan
        Zo gaat het nou iedere keer

        Ik hoor je stem die zegt: Mijn God
        Ik ga hier nog eens aan kapot
        Het is die stalker weer

Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Als ik je stem maar hoor, val ik in slaap…
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Braambos



’t Is tijd om bij de dominee de tuin wat op te schonen
Zo dacht het schaap Veronica; de herfst is in het land
De groenten zijn geoogst, de rode bieten en de bonen
En ook de hele preivoorraad ligt geurend in de mand

Dus toog ze nijver aan het werk met schoffel en met scharen
En harkte al het blad tezamen op een fikse hoop
De dominee sprak schuldbewust met brede armgebaren
Ik kan helaas niet helpen, schaap, we hebben straks een doop

Vooruit maar sprak Veronica: ‘k heb verder niets om handen
En werk hier in het zweet des aanschijns tot het derde uur
Die takkenboel en bladafval kan ik vast weg gaan branden
Met olie, krant en lucifers ontstond een stevig vuur

Het knapperde gezellig en het loof begon te gloeien
De wind stak op en plotsklaps liep het vuurtje uit de hand
Een rookpluim steeg zes meter hoog, je zag de vlammen groeien
Veronica schrok flink en gilde: Help toch mensen, BRAND!

Die kreet klonk onverwacht; men was de Here aan het loven
De dominee, de koster, heel het kerkvolk schrok zich lens
Het doopvont kwam ter plaatse om de vlammenzee te doven
Ach gut, riepen de dames Groen, de braam staat in de hens

Wat jammer nou, sprak dominee met rokerige stem
We halen bij de super wel een potje bramensjem

Koop koop koop