Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Als ik jouw stem maar hoor, val ik in slaap
Dan sta ik op en loop je achterna waar je maar gaat
tot aan dat hoge venster waar die ladder onder staat

        Ik zie je blanke boezem beschenen door de maan
        Zo heeft een oude meester je ook al eens zien staan
        Hij lijstte dat beeld voor me in

        Ook al zeg jij: dagdromerij
        Ik hoor bij jou en jij bij mij
        Mijn meisje, mijn vriendin

Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Ik klim die ladder op in diepe slaap
Jouw kamer is de enige waar licht schijnt in de nacht
Jouw zachte stem vertelt me dat je boven op me wacht

        Ik zie je tere hals in de zachte maneschijn
        Daar leun je naar me over vanuit het raamkozijn
        Een toonbeeld van liefde en trouw

        Ook al zeg jij: doordraverij
        Ik hoor bij jou en jij bij mij
        Mijn minnares, mijn vrouw

        [Geluid van brekend glas]

Dan schrik ik wakker, helemaal verdwaasd
Ik bungel aan je vensterbank en overal is glas
Beneden in de diepte ligt een ladder in het gras

        Ik zie mezelf gevangen in onderbuurmans raam
        Daar gaapt mijn eigen kop me verbaasd, verbijsterd aan
        Zo gaat het nou iedere keer

        Ik hoor je stem die zegt: Mijn God
        Ik ga hier nog eens aan kapot
        Het is die stalker weer

Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Als ik je stem maar hoor, val ik in slaap…
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Aan Piet


>

  Ik zag u ook aan 't raam in die coupe,
  Die rare blik waarmee u naar me keek.
  Ik dacht meteen: wat moet hij?en o jee!
  En raakte er behoorlijk van van streek.
 
  Gelukkig, dacht ik, zit hij in een trein
  Die met een vaart de and're kant uit gaat.
  Stel voor dat ik een wandelaar zou zijn
  En hem hier ergens tegenkwam op straat.
 
  U noemt mijn ogen wonderdiep en klaar
  En zegt dat ik zoals een engel ben,
  Maar raakt daarmee bij mij bepaald geen snaar
  Omdat ik mannen als u heus wel ken.
 
  De vragen die u stelt vertrouw ik niet
  Want had ik wel het rijtuig opgerukt
  Dan was geen spoorwegramp gebeurd, hè Piet,
  Maar had u wel zich op mij vastgedrukt.
 
  Vervolg uw pad gerust met fletse lach
  Maar zeur daarover niet in zo'n gedicht!
  Een somberman als u die praat van 'Ach'
  Daar zou ik, Rika, nooit voor zijn gezwicht.