POE, riep het schaap Veronica, wat kan dit paard hard draven!
Ik dacht: zo’n huifkar die gaat vast van sjokke-sjokke-sjok…
Maar kijk, dit is al Zwammerdam en daar ligt Bodegraven.
Kom dominee, geef mij de zweep! Nu mag ik op de bok.

Kijk uit, riepen de dames Groen, daar komen scherpe bochten!
O jee o jee o jee o jee, wij zijn een beetje ziek…
Wij dames zijn te fijn gebouwd voor zulke woeste tochten.
De dominee zei stoer: Maak u geen zorgen, geen paniek!

Ík ben toch zeker in de buurt, om over u te waken.
Bescherm ik u niet immer tegen onraad en gevaar?
Toen schrok het paard van eenden die de rijbaan overstaken,
een KNERP! een KRAK! een BONK! en alles schudde door elkaar.

Ze vlogen uit de huifkar en ze landden in de struiken.
Opeens hoorden ze achter zich gejammer en gezucht.
Kijk nou! riep ’t schaap Veronica. Het is mijn tante Truike,
ze ligt ondersteboven, met haar voeten in de lucht!

Komaan, zo sprak de dominee, de handen uit de mouwen!
Mijn lieve dames Groen, geeft u me eens uw lange sjaal…
Die sla ik om haar heen. Als we nu even heel hard douwen
en dan in één keer kei- en keihard trekken allemaal –

Het werkte. Tante Truike zei: Wat fijn u te ontmoeten!
Want als ik omval, kom ik uit mezelf niet overend…
Ik zie nog alles draaien, maar ik sta weer op mijn voeten.
Bedankt voor ’t redden, dominee, u bent een echte vent!

Dag tante, zei Veronica, nu gaan we weer naar huis.
Of… wentelteefjes eten bij hotel De Oude Sluis?

(Eerder verschenen in Vijf draken verslagen, Querido’s Poëziespektakel 4.)

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Haast kerst

kerstkl
Flickr Commons
 
Het eeuwig kerstkind popelt om te komen 
De huizen puilen uit van klatergoud 
En ramen zijn met glitters volgestouwd
Zelfs buiten bulken slingers licht in bomen  
 
Nou ja, kerst is natuurlijk geen begrafenis 
En als dat spul straks weggaat, schenkt dat lafenis!