Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Daar is-ie

Lente laat zijn blauwe lint
zwierig door de luchten zweven;
zoet-vertrouwde geuren geven
kietelend het land een hint.
Maarts viooltje droomt:
binnenkort ontluik ik.
– Hoor, van ver
een wijsje zacht en loom!
   Lente, daar ben jij!
Jou ja! voel en ruik ik.


Hatsjie

Lente laat zijn lauwe wind
grasduinend door velden zweven;
bloesemende bomen geven
kietelend mijn neus een hint.
Maarts viooltje droomt,
wil met hommels dollen.
— Voel alweer
zo’n snot- en tranenstroom!
   Lente, bah, hatsjie!
Jij weer met je pollen.


Er ist’s

Frühling lässt sein blaues Band
wieder flattern durch die Lüfte;
süße, wohlbekannte Düfte
streifen ahnungsvoll das Land.
Veilchen träumen schon,
wollen balde kommen.
– Horch, von fern
ein leiser Harfenton!
   Frühling, ja du bist’s!
Dich hab’ ich vernommen!

Eduard Mörike (1804-1875)

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De tuinman & de dood



De borders bloeien geurig. Ik ga stuk,
laat haren los en schilfer brokken cellen;
mijn kraaienpoten zijn niet meer te tellen,
verwilderend als slaapkamergeluk.

Natuurlijk kan de tuinman dat herstellen,
maar als ik zevenblad de grond uit ruk
Voel ik de lichte steken als ik buk
de voortgang van verval ook al voorspellen.

Twee planten zijn te kruisen met elkaar,
zo expliceerde men de wet van Mendel,
aldus ontstaat een sterker exemplaar...

De dood huist in mijn handen. Wat een zwendel—
alsof er somtijds, lukraak hier en daar
gewied wordt: straatgras samen met lavendel.

Bundels