Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



I
Ze gingen naar zee in een zeef, jawel,
in een zeef al naar de zee.
Hun vrienden vonden ’t ondoordacht
maar bij winters weer en bij windkracht acht
gingen zij in een zeef naar zee!
En toen de zeef aan ’t tollen sloeg
en iedereen riep: ‘Nu is ’t genoeg!’    
riepen zij: ‘Goed, groot is hij niet,
maar dat maakt ons geen sikkepit uit, geen biet!
In een zeef gaan wij naar zee!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
II
Ze zeilden weg in een zeef, jawel,
in een zeef, heel enthousiast.
Door stormvlagen voortgejaagd, mijl na mijl,
met enkel een grasgroene sjaal als zeil
en een pijp bij wijze van mast.
En iedereen zei, die hen zag gaan:
‘O hemeltjelief, ze gaan eraan!
Want de reis is lang en pikzwart is het zwerk,
zo’n zeefvaart is echt onbegonnen werk,
o hou je hart toch vast!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
III
Het water liep gauw erin, jawel,
het water liep gauw erin.
Dus ze vouwden roze vloeipapier
om hun voeten, keurig en zonder kier,
en dat speldden ze vast aan hun kin.
En ze sliepen ’s nachts in een pot van steen,
‘Wat slim hè?’ zeiden ze een voor een.
‘Hoe lang ook de reis en hoe zwart het zwerk,
dat de zeefvaart slecht afloopt dat lijkt ons sterk:
we zwalken hier naar ons zin!’   
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
IV
Ze zeilden voort, de hele nacht,
en toen de zon verdween
toen floten en kweelden ze manezang
en hun gongslagen echoden eindeloos lang 
langs de bruinige bergen heen.
‘O paukepam! Welk aangenaam lot
dat we dankzij die zeef en die stenen pot
hier heel de nacht in de maneschijn
met grasgroen zeil zo aan ’t zeilen zijn,
langs de bruinige bergen heen!’   
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
V
Ze bezeilden de Westerzee, jawel,
naar een land van dicht donker woud.
En ze kochten een kar en een papegaai
en een pondje rijst en een bosbessenvlaai
en een bijenkorf, gonzend goud.
En ze kochten wat groene kauwen, een zwijn
en een aap met vingers van marsepein,
en veertig flessen met Jo-de-Lo
en Edammer, extra oud.
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
VI
En ze keerden weer, na twintig jaar,
na heel die lange tocht.
En iedereen zei: ‘Wat onverwacht!
Ze zijn terug van de Moordkaap, de Gordel van Smacht
en de Jammerdebammerbocht!’
En ze riepen proost en richtten spontaan
een feestbanket van gistknoedels aan.
En iedereen zei: ‘Als ik lang genoeg leef
dan ga ik ook naar zee in een zeef,
naar de Jammerdebammerbocht!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
The Jumblies, Edward Lear (1812-1888)
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Hitler schreef light verse!



Onlangs werd na onderzoek bekend dat het boek Bloemen van het kwaad van Paul Damen het grootste literaire bedrog in Nederland sinds jaren is.
Het leek zo’n leuk idee: biografieën van dictators die poëzie geschreven hadden, met hun gedichten erbij.
Helemaal zelfstandig vertaald door Paul Damen uit oud-Turks, Chinees, Japans, Roemeens, Arabisch, enfin: uit elke mogelijke taal die hij niet machtig was.
En heel literair Nederland slikte het en prees het boek.
Vooral het gedicht van Hitler over zijn moeder, het zogenaamde ‘Mütti-gedicht’ ging erin als koek. Hugo Borst las het voor bij DWDD en schokte het publiek met de onthulling dat dit sentimentele gedicht van de Führer was.

Nu het boek door de mand gevallen is als één brok bedrog en plagiaat en ook blijkt dat al meer dan een eeuw bekend is dat dat gedicht niet van Hitler (alleen neonazi’s denken dat) , maar van Georg Runsky is en de andere ‘gedichten van Hitler’ ook allemaal vervalsingen zijn,  evenals een groot deel van de ‘gedichten’ van andere opgenomen ‘dictators’ is het wel sneu voor Paul Damen dat Het vrije vers in de archieven een vondst deed, waaruit blijkt dat Hitler wel degelijk een poging tot poëzie heeft gewaagd en bovendien nog light verse ook! Had hij tóch een echt gedicht van Hitler kunnen opnemen!



Dat het echt is is makkelijk te bewijzen volgens dezelfde redenering die Paul Damen in zijn boek volgt bij het gedicht dat Hitler zogenaamd in de loopgraven schreef.
Ik citeer hem letterlijk: “dat handschrift in de kopie klopt wél. Vervalser Kujau was toen nog veel te jong om überhaupt te kunnen schrijven. Vervalsingen brachten niks op, want men schaamde zich nog dood voor het Derde Rijk. De verzamelaar­stempel verwijst naar een collectie die wél authentiek is. “
Nou, dat geldt mooi ook voor ons gevonden gedicht van Hitler. Dat stempel wijst duidelijk op een authentieke verzameling. Een stempel bewijst alles.
Paul Damen heeft in zijn boek zowat alle gedichten geplagieerd uit Engelse vertalingen, maar wij laten de tekst gewoon in het Duits staan:

Gedicht

Ienie Mienie Mütti

Zehn Pfund Grütti

Ook een Mütti-gedicht dus, met een kostelijke woordspeling van de Führer.
En nou maar wachten op de krantenkoppen na deze sensationele onthulling en de doorwrochte recensies van de vaderlandse critici.

Koop koop koop