Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



ACH GUT, zeiden de dames Groen. Oom Karel is gestorven,
in vredige berusting en zijn eigen ledikant.
We vroegen ons al jaren af: wie heeft zijn klok georven?
Maar hij was nog niet dood. Nu wel, dat staat hier in de krant.

Welaan, zo sprak de dominee, dan gaan we hem begraven.
Ik zal een Woordje Spreken tot de schare rond het graf:
wie dorstig naar vertroosting zijn zal ik volgaarne laven.
Hij pakte zijn geklede jas en borstelde hem af.

Met zonnebrillen en in ’t zwart vertrokken ze naar Zwolle –
koud waren ze op weg of ze verdwaalden in de mist.
Op de begraafplaats zei het schaap: Nu even keihard hollen!
Zo kwamen ze nog net op tijd voor ’t zakken van de kist.

De dominee die elleboogde zich terstond naar voren.
Vaarwel, sprak hij geroerd. Gij waart een Kerel van Stavast!
Daar leken de aanwezigen nogal van op te horen,
vooral een paarsgejurkte heer die klaarstond met een kwast.

Opeens ontstond er trammelant: er was een krans verdwenen!
Toen werd het schaap Veronica op heterdaad betrapt
met lint waarop te lezen stond: Rust zacht, zuster Helene.
Oeps! zei ze. Maar ik had zó lang geen lelies meer gehapt…

Heleen? zeiden de dames Groen. Dat is niet onze oom.
Op naar oom Karel! En dan straks een plakje keek met room.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Snuiven (Bouts-rimé op 'Oktober' van J. P. Rawie)



Goddank straks komt het koude jaargetijde
de warme zon is al weer maanden heen
en ook het groen uit boom en struik verdween
het jaar bereidt zich voor op zijn verscheiden.

Een schrale wind striemt het gezicht gemeen
wat aanvoelt of er vorst voorbij komt schrijden
nog even en de schaatsen kunnen glijden
en is er ijsplezier voor menigeen.

Ik sta hier nu de winter wel te loven
maar heus ikzelf ben zeer voor kou beducht
voor sneeuw en hagel sla ik op de vlucht
en ijzel laat ik me heel graag ontroven.

Toch is er ’s winters iets daar gaat niets boven:
die fijne oergezonde spruitjeslucht!

Bundels