dooievaar
 
 
Een witte veer waait op de wind,
Een zwarte veer drijft in de sloot.
Waar is de Dooievaar naartoe?
Waar zou hij zijn gebleven?

We vroegen het een Hagenaar.
Die zei: ‘Hè, is ie weg? Wat raar.’
We vroegen ’t een Egyptenaar.
Die zei: ‘Ik zag hem vorig jaar.’

We vroegen het een steunpilaar.
Die zei: ‘Het nest voelt minder zwaar.’
We vroegen het een makelaar.
Die zei: ‘Piekfijn en instapklaar.’

We vroegen het een weduwnaar.
Die zei: ‘Hij is nu vast bij haar.’
We vroegen het een moordenaar.
Die zei: ‘Zijn botjes liggen daar.’

We vroegen het een lepelaar.
Die zei: ‘Hij smaakte nergens naar.’
We vroegen het een leugenaar.
Die zei: ‘Daar is geen woord van waar.’

Soms zien we ergens even
een schaduw overzweven.
Waar is de Dooievaar naartoe?
Waar zou hij zijn gebleven?

We vroegen het een vogelaar.
Die zei: ‘Hou nou je snavel maar.’
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Opvolging

wildcat
Pexels
 
Ze bleef tot aan haar laatste adem dame
met aangeboren zachtheid als talent
en vatte in het uiterste moment
haar leven in bedachtzaam zwijgen samen
 
Ze liet haar leegte na aan erfgenamen
en werd qua vorm niet langer prominent
nog altijd als aanwezigheid herkend
in stilte, in de luwte, achter ramen
 
Haar opvolger loopt verre van decent
de hele dag zijn krolsheid uit te kramen,
de kattenversie van een botte vent
 
voor wie zij in een doos met zeepreclame,
het bovengrondse leven al ontwend,
zich diep en plaatsvervangend ligt te schamen