Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

TE DROMMEL, kloeg de dominee, vannacht kon ik niet slapen!
Mij kwelden honderd muggen met demonisch luid gezoem.
De torenklok sloeg drie, sloeg vier – en ik, ik telde schapen.
Ik woelde en ik woelde en ik dacht aan J.C. Bloem…

Insomnia! De hele lange nacht bleef ik aan ’t tobben
over die ene regel, van Der Doodsklaroenen Stoot.
Ik kreeg opeens zo’n trek in een kroketje van Van Dobben.
Of twee kroketjes. Maar er was alleen maar suikerbrood.

O! antwoordden de dames Groen. En die Parijse wafels?
We vroegen ons al af waar die gebleven konden zijn…
Als wij niet kunnen slapen, repeteren we de tafels
van dertien en van zeventien, vanwege onze lijn.

We worden altijd zo nerveus van ’t tikken van de wekker;
daar zetten we dan meestal onze theemuts overheen.
Maar ja, dan hoor je hem weer níet. Dan slaap je ook niet lekker.
De Leegte! sprak de dominee. Luguber fenomeen!

Zeg, zei het schaap Veronica en keek in de beschuitbus,
dit ziet er óók luguber uit. En waaro is de zjem?
’t Is algemeen bekend dat ik geen krekkers en geen fruit lust!
verkondigde de dominee met overslaande stem.

Zo? zei de ene dame Groen. En vast ook geen sardines?
De andere dame Groen zei: En geen glaasje o de vie?
Ahum, zei ’t schaap Veronica. Die Belgische pralines,
die zijn ook op. En gisteren toen waren er nog drie.

De dominee werd langzaamaan zo rood als een pioen.
Eh… zei hij toen. Zal ík dan straks de boodschappen maar doen?

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

99



De pee in


Zeg, doe eens niet zo nukkig
Dit plekje lijkt me fijn
En prijs je maar gelukkig
Dat hier geen leeuwen zijn

Ach krijg het heen en weer, man
Hier komt toch nooit een leeuw
En evenmin een veerman
Die voer hier haast een eeuw

Hij stroomt toch schilderachtig
Die machtige rivier
De and’re kant is prachtig
En deze hier is hier

Jij deed de APK niet
Wij hoorden krak, krak, krak
Want omdat jij dat naliet
Brak de versnellingsbak

Let ook eens op de fauna
Daar loopt een adelaar
Ik heb het tegen jou, ja
Hoe suffend sta je daar

We moeten nu maar hopen
In Omsk te zijn met kerst
Straks moeten we nog lopen
Een kleine honderd werst

Doe jij toch niet zo duf nou
Straks geef ik je een haal
En dan ben jij de juffrouw
Die ligt in ’t trapportaal

Bundels