Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Ljouwert
Bij het binden van de riemen
Gaat de oostenwind al striemen.

Snits
Neuzen, oren vriezen af
Want een oostenwind is straf.

Drylts
Onder ijselijk gekrijs
Zakt een schaatsploeg door het ijs.

Sleat
Dat is boffen: na een krak
Weer een schaatser in een wak!

Starum
Prachtig, zo’n Elfstedentocht
Maar dat Bearenburch is bocht.

Hylpen
Hoor, mijn kachel loeit en snort
En mijn kater spint en knort.

Warkum
Ik verveel mij geen moment
En die Bearenburch, die went.

Boalsert
Wel gaat men er, hik! van hikken.
Knieën kraken, enkels zwikken.

Harns
Zonder Tocht worden met reden
Deze steden strikt gemeden.

Frjentsjer
Daarom kent men in die plaatsen
Hollanders alleen op schaatsen

Dokkum
Bezig, met oranje mutsen
’t Fryske gea te verprutsen.

Ljouwert
Maar wie wint met vele uren?
Juist, dat is W.A. van Buren.

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Het gedicht


(Caspar David Friedrich, 1835, Herfst)

Hoge bomen aan het water
neigen zwijgend in de wind.

Donk're bossen, wijdse heiden,
liggen stiller, zonder zon.

Regen veegt verstoorde sporen
van de langbegane laan.

Stormen vormen kwade dagen,
kraaien waaien uit hun huid.

Oude houten kromgetrokken
struiken buigen tot de grond.

Grijze zwijnen, samengaande,
zoeken voedsel als het kan.

Op de grond, de vele beestjes
zijn verscheiden, afgemat.

Witte vissen onder golven,
in de kilte trager gaand.

Buiten luiden gakgezangen,
tomen vogels trekken weg.

Langverwachte keuren kleuren
maken blaad'ren wondermooi.

Voel de koelte van de nachten,
binnen is het heerlijk weer.

Lekker herfstig zijn de tijden,
witte winter gonst z'n komst.

Koop koop koop