Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Je moet ook alles uitleggen, zelfs als je geen hermetische poëzie schrijft

Een rimpeling – het water trekt weer glad
Een ademtocht deed het  kortstondig beven
(De metafoor is hier een mensenleven:
Er woedt geen stormweer in een pierenbad)


(De redactie is verheugd dat zij aalmoezenier Koelewijn, ondanks zijn drukke werkzaamheden, toch bereid vond in deze dagen een gedachte aan de lezers van Het vrije vers aan te bieden die wat dieper gaat dan het normaal gebodene. De aalmoezenier verzocht nog mee te delen dat hem eerst ontgaan was dat het pierenbad hier óók als een metfoor van het mensenleven gezien moet worden en er in dit gedicht dus sprake is van meerdere lagen en dubbele bodems en biedt hiervoor zijn verontschuldigingen aan.)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Wobbelborg (naar Lewis Carroll)



't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het zwamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

'Zoon, hoedt u voor de Wobbelborg!
De bijtekaak, de klauwengrijp
Ontwijk de flubberkauw, ontduik
De frumpse nekkenknijp'

Hij nam zijn vorplend zwaard ter hand
Lang zocht hij naar de zwuige barg
Hij rustte loom bij de tontoboom
En stond daar, vol van kwarg

En, wijl hij daar verkwargend was,
De wobbelborg, met ogenvlam,
Kwam wif door het verstromd gewas
 En burfde toen het kwam.

En een en twee, en om en heen
Het vorplend zwaard ging snij en snoer
Het beest ging dood en met zijn hoofd
Glumpeerde hij retour

 'En is de Wobbelborg passé?
Ach strale jongen, knuf mij lang!
O, zwateldag, kadoem kallee'
Verdrogde hij, vol zwang

't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het wamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

Koop koop koop