Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

[youtube]rNpLCfWCr8c[/youtube]

KONINGSLIED (eerlijke versie)

Daar sta je dan
... Je hoorde zoiets nog niet eens in je dromen
Daar is ’t dan
Het lied dat er aan zat te komen is eindelijk hier
Ben je mooi klaar mee
Moet dit nou echt zo zijn?

Daar sta je dan
Al zo vaak geacteerd in je leven
Maar het valt zwaar hier beleefd bij te blijven
Je was van plan
Om een blijk van waardering te geven
Na één couplet zit dat nummer je echter tot hier
Maar kijk om je heen

We lijden met je mee
Met z’n allen eensgezind
Horen wij dit kutlied aan
Elke regel die de tenen zo kromt
’t Is zoals die nummers gaan
En je weet steeds wat er komt
Dat zo’n lied niks oorspronkelijks heeft

Eén lied voor velen
Die hun forse kritiek samen delen
Eén lied, veel mensen
Die de makers de tyfus toewensen

Zij aan zij, onverveerd
Samen met jou dit lied getrotseerd
Tot het laatste refrein
Onze weerstand is groot
Om zo’n gemankeerd
Dood geesteskind
Wie de pa of de ma
Van dit lied is heeft ons eeuwig tegen
Maar we hebben dit lied doorstaan
Ik had er graag wat aan gedaan
Opdat dit lied nooit door was gegaan
Ewbank gewurgd met m’n blote handen
Deckers gedumpt in de oceaan

Maar dat had je dus gedroomd
Had je tevergeefs verlangd
Ze bleven breien tot het waar geworden was
Een veelbesproken tijdverlies
Gebracht als koorts die ons bevangt
Het bleef maar doorgaan tot je gaar geworden was

Ik zal strijden als ’n leeuw
Op m’n Twitter en FB
Vul verbeten m’n tijdlijn ermee

De W van Walging
’n Vinger in je strot, kom op
De W van Walging
’n Vinger in je strot, kom op
De W van Walging en de W van Wij
Wij die zijn met dit lied niet blij
De W van Wanrijm waar we niet voor wijken
Die met ’n orkest
Wel valt weg te strijken
De W van Woorden die we wrochten
Tot Wezenlijke Wangedrochten
De W van Willem, de W van Wever
Die ik lever
En klonk Whatever maar als Whatéver
De W van Waarden die er waren
Waarvan je niets aan dat lied kunt paren
De W van Wazig, wat ’n misbaar
Wat ’n Woordbrij bij mekaar

Ja, we lijden met je mee
Met z’n allen eensgezind
Horen wij dit kutlied aan
Elke regel die de tenen zo kromt
’t Is zoals die nummers gaan
En je weet steeds wat er komt
Dat zo’n lied niks oorspronkelijks heeft

En ik denk dat jij wel droomt
En er stiekem naar verlangt
Nu heel dit nummer tot zo’n waan verworden is
Dat de bedenker van dit plan
Straks aan de hoogste boomtak hangt
Wat eenmaal wakker niet meer aan de orde is

Maar ik zal strijden als ’n leeuw
Op m’n Twitter en FB
Al bereik ik daar niet zoveel mee

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Knoertendoder



De Knoertendoder schaamt zich dood.
Zijn konen kleuren purperrood
want hij heeft heel wat uit te leggen.
Hij durft het bijna niet te zeggen:
zijn levenswerk bleef onvolvoerd,
nog nimmer doodde hij een Knoert.

Zijn opa heeft hem indertijd
niet onsuccesvol opgeleid
met knots en slinger, bijl en blijde.
Helaas was bij diens overlijden
één kwestie nog onaangeroerd:
waaraan herkennen wij een Knoert?

Hij heeft een Gippel gif gevoerd,
een Polk geplet, een Murk gemoerd;
zelfs kraakte hij diverse Krangen –
het werd met hoongelach ontvangen.
Zo heeft hij jaren aangeklooid
en Knoerten doden deed hij nooit.

Net toen hij dacht: ’t zit me tot hier!
ontmoette hij een wijfjesdier
wier zoete zang hem zo ontroerde
dat hij haar vloerde en ontvoerde.
De bruid bleek Stoere Doerian,
de laatste Knoert van Knoertistan.

Nu strijdt zijn liefde met zijn trots:
nog steeds ligt onder ’t bed die knots…
In weerzinwekkend woeste dromen
weet hij zich soms niet in te tomen
en kleuren lakens purperrood.
‘De schat!’ zingt zij. ‘Hij schaamt zich dood.’

 
 

Koop koop koop