Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Het gaat nu komen
Het wordt weer mistig
De wind waait harder
De zon verdwijnt
 
En aan die barre
Verwarmingsgrillen
Van onze zomer
Komt nu een eind
 
Al die benauwdheid…
Zo onontkoombaar…
Het kleeft aan alles…
’t Is klammig vies…
 
’t Is het seizoen der
Bespiegelingen
En zachte kilte
Dat ik verkies
 
Die dorre blaren
Die grijze luchten
Dat alles maakt mij
Vrij blij van zin
 
Dus ga ik steeds naar
Omstandigheden
Weemoedig vrolijk
Het najaar in

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Cursus Japanse filosofie. Les 3

 

Dōgen (1200-1253)

 

 

Koan

 

'Een spiegel spiegelt alles wat hij ziet

Je raadt al waar de koan over gaat:

Een spiegel, spiegelt die zich in een spiegel?'

 

Kom op; je zoekt toch de verlichte staat?

Een antwoord graag; hou op met dat gepriegel

Dit is zazen, dus zit eens netjes stil

 

Het duurt wel lang - ik word een beetje kriegel

'Misschien?' Dat is niet wat ik horen wil

Ik merk het al, je weet het antwoord niet

 

Reik mij mijn stok, dan krijg je je pak slaag

Dan is het wel weer welletjes vandaag'

 

 

Dögen was de stichter van de Soto-zen, die geen plotselinge verlichting zocht, maar het geleidelijke pad via zazen (meditatieve zithoudingen) en koans (onoplosbare vragen om te leren dieper inzicht te krijgen: soms krijgt de leerling bij elk antwoord een afranseling, zelfs met stokken.

Beroemd is de koan 'Wat is het geluid van één klappende hand?

Een monnik vroeg aan Tung-Shan: 'Wat is de Boeddha?' waarop die antwoordde: 'Drie pond hennep.' Kijk; die jongen begreep het).

De koan ondergraaft de gewone manier van kijken en maakt zo de weg vrij voor het werkelijke bewustzijn volgens Rinzai-zen; maar volgens Dōgen wordt de werkelijkheid van wat dan ook bevestigd noch ontkend: het boeddhabewustzijn is niet het echte dat een andere als vals ontmaskert, maar het besef dat beide voorbijgaand zijn.

Dōgen combineerde innerlijke waakzaamheid met een constante aandacht voor wereldse zaken: hij verkondigde niet de leegte, maar de volheid.

Een leek kan de noodzaak van de meditatie niet ontkennen, een monnik kan de wereld niet ontkennen.


Koop koop koop