Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Ondanks onbegrip



Ze was mij vreemd, maar welbeschouwd
Meteen al eigen en vertrouwd
Als Zomergast
Ze klonk niet droog of cerebraal
Haar leerstof vormde met haar taal
Een groot contrast

Wiskundig ben ik nooit geweest:
Te talig, teveel alfa-geest…
Het deerde niet
In mijn oog nergens wankelend
Besprak zij fris en sprankelend
Haar vakgebied

Aanstekelijk zoals zij sprak
Haar passie voel ik op dat vlak
Volkomen aan
Daar is geen woord Swahili bij
Al is de halve strekking mij
Zowat ontgaan



(Voor de vorige Zomergastgedichten moet je even de link van Ko aanklikken onder aan de pagina)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Varium et mutabile semper femina (Vergilius, Aeneis 4, 569/570)


Wat wil je nu bewijzen met zo’n kreet
‘De Goden zijn ontstaan uit mannenzaad’
Die hemel is toch één kolerekeet
Waar iedereen hard brult en niets verstaat

Kijk om je heen
En wees blij
Dat je daar niet
Eén van bent

Ja, Vondel had het bij het rechte eind:
‘Een wijf is altijd wuft en wispelturig’
Dat had hij van Vergilius gejat
Wat wil je nu bewijzen met zo’n kreet

Koop koop koop