Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft






"Mijn jongste zoon is een verstandig kapelaan
Hij weet het antwoord op de meeste levensvragen
In zijn parochie wordt hij op de hand gedragen
Men spreekt hem dagelijks met ~Weleerwaarde~ aan"

"Mijn oudste zoon bestiert de hele kerkprovincie
Hij woont in Utrecht want daar is hij kardinaal
Maar ook in Rome kennen ze hem allemaal
Hij wordt door iedereen begroet met ~Eminentie~"

"Nou, die van mij heeft van die lange paarse haren
En ook een ketting met een hangslot rond zijn strot
Zijn neus en oren zijn gepiercet door ijzerwaren
Als hij voorbij komt stamelt iedereen ~Mijn God~"

 
 
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

In bethlehem

‘Een bed?’ vroeg hun de herbergier,
‘Ik heb hier niets en niemendal
alleen een plekje in de stal.’
En weg was hij met bladen bier.

‘Ach, ’t is toch best gezellig hier,
wat maakt het uit’, sprak zij, ‘geen bal.’
‘Hou jij je mond dicht en beval!’
‘zei hij en plette boos een mier.

‘Hé, ezel’, sprak het grootste dier
met luide stem en veel plezier:
‘wat denk je dat het worden zal?’

De vrouw begon te persen: knal!
‘Een meisje!’ riep ze moe, maar fier.
‘Oh nee’, zei hij, ‘daar heb je ’t al!’

Koop koop koop