Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft





(Naar de ets van Rembrandt - 1631)


Bezij een kromme wilgenboom zat vrij van enig schroom
- haar rokken opgeschort, aan het ontblote onderlijf -
een pront en potig boerenwijf
te poepen en te pissen.

Het was daar waar de Amstelstroom zich uitmondt in het IJ,
juist op de plek die Rembrandt meestal als zijn stek verkoos
ter studie van een landschapschets,
of domweg om te vissen.

Het struise wijf, ze had geen weet dat Rembrandt zogezegd
- terwijl zij zich in rust van darm-en-blaasinhoud ontdeed -
haar in zijn dikke tekenboek
voorgoed had vastgelegd.

Want had ze dat vermoed, dan wel geweten,
had zij er niet zo kalmpjes bij gezeten

 





 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Manisch-depressief

 


de maan ontvangt haar licht van´t ijs terug
de einder lokt, ik schaats hem tegemoet
gedragen door de wind, zoals het moet
gedroomde vleugels heb ik op mijn rug

het licht van dorp en stad is ver van mij
meer levensteken is er niet dan dat
en nooit was ik in eenzaamheid zo blij
ik weet niet meer van 't peilloos diepe gat

dan schuiven wolken donker voor de maan
en slaan een wak, mijn euforie gaat uit
ik weet niet meer hoe verder nu te gaan

volstrekte wanhoop, vreugde zonder grief
onscheidbaar koppel, polen noord en zuid
ik ben nu eenmaal manisch-depressief