Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft





God schiep in den beginne twintig poten aan de slang
Het lijkt wat ruim bemeten maar zo’n beest is aardig lang
Dat aantal bleek noodzakelijk om recht te kunnen staan
En tevens om van 't aardse slijk en modder vrij te gaan

Ook kreeg de slang als enig dier beheersing van de spraak
En wat -ie te vertellen had was af en toe goed raak
Iets minder dan De Jonge of collega Youp van ’t Hek
Toch kwam er slimme taal uit zijn gespleten slangenbek

Maar op een dag toen werd de slang een beetje eigenwijs
Hij smeerde Eef -De Appel- aan in ’t aardse Paradijs
De Heer ontstak in grote toorn, heeft hem de bek gesnoerd
En ook zijn poten afgehakt, dat vond-ie heel beroerd

Sindsdien sleept hij zijn buik door alle aardse gorenis
En van zijn spraak bleef niets dan slechts wat moedeloos gesis

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Er was een meer en er was zon

Er was een meer en er was zon,
het blauw werd door geen wit gestoord.
De bootjes wenkten: kom aan boord.
Het was nog vroeg, de dag begon

alsof hij dag en nacht zou duren.
De maan nog steeds of reeds in zicht
genoot van ongesluierd licht
dat ons door wimpers heen deed gluren.

We reserveerden vast een boot,
om twee uur kon de pret beginnen.
Dus eerst nog zwemmen (dat was binnen)
en wandelen (het park was groot).

Een pick-nick met du pain, du vin
(in Frankrijk eet je op z'n Frans),
het grijs greep onderwijl zijn kans
en maakte aan mooi weer une fin.

We voeren uit, het zwemvest aan,
daarboven nog een regenjas,
de paraplu kwam goed van pas,
ook ín de boot ging water staan.

We toerden op het grijze meer,
we tuurden naar de grijze kant.
Een uur nadien, terug aan land,
het zwemvest uit... de zon kwam weer!

Koop koop koop