God schiep in den beginne twintig poten aan de slang
Het lijkt wat ruim bemeten maar zo’n beest is aardig lang
Dat aantal bleek noodzakelijk om recht te kunnen staan
En tevens om van 't aardse slijk en modder vrij te gaan

Ook kreeg de slang als enig dier beheersing van de spraak
En wat -ie te vertellen had was af en toe goed raak
Iets minder dan De Jonge of collega Youp van ’t Hek
Toch kwam er slimme taal uit zijn gespleten slangenbek

Maar op een dag toen werd de slang een beetje eigenwijs
Hij smeerde Eef -De Appel- aan in ’t aardse Paradijs
De Heer ontstak in grote toorn, heeft hem de bek gesnoerd
En ook zijn poten afgehakt, dat vond-ie heel beroerd

Sindsdien sleept hij zijn buik door alle aardse gorenis
En van zijn spraak bleef niets dan slechts wat moedeloos gesis

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zo moeilijk om te delen



De inhoud overtreft zijn stoutste dromen
En wordt heel trots in rijen neergezet
Maar niemand die er nu al aan mag komen
Het staat voorlopig veilig naast zijn bed

Een flesje wijn, een pakje kruidenthee
Een zak bonbons, gevulde speculaas
Een boterkrans, een doosje Nescafé
Wat vage voordeelbonnen, geitenkaas

Een kandelaar, een zakje cashewnoten
Een rol beschuit, een blikje met tonijn
Een potje kersenjam, twee nieuwjaarsloten
Een mok, een engeltje van marsepein

Trofeeën door je zoonlief meegenomen
Afkomstig uit zijn eerste kerstpakket
En niemand die er nu al aan mag komen
Ze staan voorlopig veilig naast zijn bed