Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Wanneer ik 's avonds in de tobbe lig te weken
diep onder 't schuim, van af mijn tenen tot de kin
gelijk een licht en luchtig uitgespreide deken,
dan krijgt mijn droge leven weer een beetje zin.

Want als ik 's avonds in de badkuip ben gekropen
dan zwerven mijn gedachten op de wilde vaart.
Ze zeilen weg over de zee tot in de tropen,
ik voel me eventjes verlost van huis en haard.

Ik laat een bootje door de shampoo vlokken varen
en voel me dan gelijk weer stuurman op de brug
die in het noodweer toch de kloten weet te klaren,
door scherpe geest en met een fier gerechte rug.

Maar als ik kort daarop het sop ben uit gekomen,
trek ik de stop er uit, daar gaat mijn oceaan
dan is het afgelopen met die heldendromen,
en blijft er slechts een ouwe blote kerel staan.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Waanzin (Veens sonnet)



Naar Brecht


Bij leven religieus tot op het bot
werd deze vrouw door plichtsbesef versleten:
haar centen voor de armen opgepot
en ook gaf zij wie honger leden eten.

Ja, deze moeder was waarachtig groot:
acht kinderen had zij op aard gezet.

Zij wist zich door de HEERE steeds verblijd.
Haar einde kende enkel bitterheid.

Want wat zo sterk stond, lag toen ziek in bed;
Geen mens ontsnapt tenslotte aan de dood.

En grienend, kermend, trachtte zij verbeten
een "Onze Vader", maar bij 't levensslot
was zij de woorden van 't gebed vergeten
en dat ontnam mij mijn geloof in God.

Koop koop koop