Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Mijn moeder zei: “Je bent te zwaar van boven
je borsten worden zonder steun te slap
en ook je rug krijgt zo een flinke klap.”
Al mijn protesten werden weggewoven.
 
Een vroegrijp lichaam is een nare grap:
ik was pas twaalf en moest eraan geloven,
maar had de aanschaf graag wat opgeschoven,
want mij kwam die bh wel heel erg rap.
 
Ik gloeide bij het passen als een oven.
De grootste b-cup zat me al te krap
en dat ik slaagde, was op zich wel knap,
al had ik al mijn nagels afgekloven.

Mijn puberteit brak door met groot geweld:
diezelfde dag nog werd ik ongesteld.

 
Leonora Schreurs publiceerde eerder in De tweede ronde. Dit gedicht van haar werd opgenomen in de bundel Dicht! (slam, rap) die bij Muntinga verscheen. En voor 5 euro is dit de must have van 2009. Met meer light verse trouwens.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Meer schaap Veronica

TE DROMMEL, kloeg de dominee, vannacht kon ik niet slapen!
Mij kwelden honderd muggen met demonisch luid gezoem.
De torenklok sloeg drie, sloeg vier – en ik, ik telde schapen.
Ik woelde en ik woelde en ik dacht aan J.C. Bloem…

Insomnia! De hele lange nacht bleef ik aan ’t tobben
over die ene regel, van Der Doodsklaroenen Stoot.
Ik kreeg opeens zo’n trek in een kroketje van Van Dobben.
Of twee kroketjes. Maar er was alleen maar suikerbrood.

O! antwoordden de dames Groen. En die Parijse wafels?
We vroegen ons al af waar die gebleven konden zijn…
Als wij niet kunnen slapen, repeteren we de tafels
van dertien en van zeventien, vanwege onze lijn.

We worden altijd zo nerveus van ’t tikken van de wekker;
daar zetten we dan meestal onze theemuts overheen.
Maar ja, dan hoor je hem weer níet. Dan slaap je ook niet lekker.
De Leegte! sprak de dominee. Luguber fenomeen!

Zeg, zei het schaap Veronica en keek in de beschuitbus,
dit ziet er óók luguber uit. En waaro is de zjem?
’t Is algemeen bekend dat ik geen krekkers en geen fruit lust!
verkondigde de dominee met overslaande stem.

Zo? zei de ene dame Groen. En vast ook geen sardines?
De andere dame Groen zei: En geen glaasje o de vie?
Ahum, zei ’t schaap Veronica. Die Belgische pralines,
die zijn ook op. En gisteren toen waren er nog drie.

De dominee werd langzaamaan zo rood als een pioen.
Eh… zei hij toen. Zal ík dan straks de boodschappen maar doen?

Koop koop koop