Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



De stuurman haalt van alles uit de kast
Hij vreest het water dat voortdurend wast
Verkenners hangen krijsend in het want
De koksmaat maakt zich preventief van kant
De lichtmatroos die niemand echt goed kent
Brengt plotseling ontspanning in de tent
Hij oppert: doe als ik, word lekker teut
Dan sneuvel je tenminste met wat leut
Vandaar dat ik met graanjenever leur
We hebben ons verschanst achter een deur
Het uitstel blijkt helaas van korte duur
We zwemmen van het kastje naar de muur

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Vertalingen



Daar is-ie

Lente laat zijn blauwe lint
zwierig door de luchten zweven;
zoet-vertrouwde geuren geven
kietelend het land een hint.
Maarts viooltje droomt:
binnenkort ontluik ik.
– Hoor, van ver
een wijsje zacht en loom!
   Lente, daar ben jij!
Jou ja! voel en ruik ik.


Hatsjie

Lente laat zijn lauwe wind
grasduinend door velden zweven;
bloesemende bomen geven
kietelend mijn neus een hint.
Maarts viooltje droomt,
wil met hommels dollen.
— Voel alweer
zo’n snot- en tranenstroom!
   Lente, bah, hatsjie!
Jij weer met je pollen.


Er ist’s

Frühling lässt sein blaues Band
wieder flattern durch die Lüfte;
süße, wohlbekannte Düfte
streifen ahnungsvoll das Land.
Veilchen träumen schon,
wollen balde kommen.
– Horch, von fern
ein leiser Harfenton!
   Frühling, ja du bist’s!
Dich hab’ ich vernommen!

Eduard Mörike (1804-1875)

 

Bundels