Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Met zwoele lach en dito blik
Komt zij het bierhuis binnentreden.
Ze gaat zo schaars gekleed, dat ik
Met één oog slechts haar uit kan kleden.

Parmantig hangt ze aan de toog
En, al begint haar haar te grijzen,
Nog trekt zij een wellustig oog;
Je ziet de heren naar haar wijzen.

Nee, aandacht komt zij nooit te kort;
De mannen hangen aan haar lippen.
Zij zouden graag het glaasje port
Zijn waar ze soms van staat te nippen.

Maar altijd, stipt om kwart voor een,
Als `t volk steeds zatter wordt en woester,
Zwaait zij gedag en vliedt zij heen
Als een gehaaste assepoester.

En thuisgekomen trekt zij dan
Haar jas uit en haar restje kleren
En kruipt het bed in naast de man
Die haar niet kan (of wil) begeren.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Samson

Rusland: Wladimir Poetin naar de stembus
Nederland: PvdA-jongeren gaan massaal voor Diederik Samson

Simson

Een zonnekind is hij, een held, een grote vechter
Een stoere heerser met de mond en met het zwaard
Die in de felle strijd zijn lauweren vergaart
Doch zelden uitblinkt in de rol van vrederechter

Het morrend volk stoomt op in voor- en tegenstemmen
Met lede ogen kijkt men naar de hanenstrijd
Geen socialistisch vuur; de idealen kwijt
In neoliberaal moeras kan men niet zwemmen

En zie: daar staat hij in de voorhof vastgebonden
Met kettingen verroest en schimmeltouw vergaan
Hij rukt en trekt maar de pilaren blijven staan
Dan wordt hij onder hoongelach naar huis gezonden

Een laatste Hercules in woord en in gebaar
Maar wat aan hem ontbreekt: die zeven lokken haar

Koop koop koop