Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Met zwoele lach en dito blik
Komt zij het bierhuis binnentreden.
Ze gaat zo schaars gekleed, dat ik
Met één oog slechts haar uit kan kleden.

Parmantig hangt ze aan de toog
En, al begint haar haar te grijzen,
Nog trekt zij een wellustig oog;
Je ziet de heren naar haar wijzen.

Nee, aandacht komt zij nooit te kort;
De mannen hangen aan haar lippen.
Zij zouden graag het glaasje port
Zijn waar ze soms van staat te nippen.

Maar altijd, stipt om kwart voor een,
Als `t volk steeds zatter wordt en woester,
Zwaait zij gedag en vliedt zij heen
Als een gehaaste assepoester.

En thuisgekomen trekt zij dan
Haar jas uit en haar restje kleren
En kruipt het bed in naast de man
Die haar niet kan (of wil) begeren.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Dommelsch

Niets mooiers dan de zolders van de geest.
Je komt er lang vergeten beelden tegen.
Soms hebben ze er jarenlang gelegen.
Toch zijn ze nog zoals ze zijn geweest.

Ze klinken en ze geuren, ze bewegen.
Mijn eerste lief kwam door de tijd geracet,
het hoekje bij de kerk waar ik bedeesd
mijn meisje aan het zoenen heb gekregen.

Toen kwamen heden en verleden samen.
Ik zag ons hoekje in een bierreclame
En niet één keer, zoals je eerst nog hoopt.

Dat spotje deed het oude beeld snel slinken.
Nu denk ik bij die zoen alleen aan drinken.
Zo wordt een jeugdherinnering gesloopt.


 

Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd. 

Koop koop koop